Ingrediënten:
- een landlady met een groot hart, die voorziet in een vrolijke, lichte ruimte met een reusachtige tafel en barkrukken eromheen, bij voorkeur met tuin en terras
- een enthousiaste organisator en aangever
- 8 of 9 leergierige boekvertalers
- bronteksten naar keuze, van Literair met een hoofdletter tot Bouquetreeks (ook met een hoofdletter) of een werkvertaling van een van voornoemde boekvertalers
- meerdere grote potten thee en koffie
- zelfgebakken bananenbrood, muffins, appelcakejes en hazelnootcake, worstenbroodjes, chocola of andere lekkernijen
- een snufje lef om met de billen bloot te gaan
- mespunt peper (geen zout)
- een kritische blik
- een boog met pijlen om mee te schieten
- eventueel een gastdocent.

Voorbereiding
Prik per jaar drie of vier data en stuur de gekozen bronteksten of werkvertaling per e-mail naar alle deelnemende boekvertalers met een duidelijke opdracht. Lees verder »

Like many Britons of my generation, I am virtually a monoglot. I was taught French at school but taught so badly that I had no confidence either in speaking or reading the language; essentially, it was taught to me as an extinct language, like Latin, and no acknowledgement was made of the fact that, within visible distance of our shoreline, millions of happy Frenchmen and women were chatting away.
For the past year I have had the good fortune to legitimately engross myself in what is to me the most compelling of novels, translating Hilary Mantel’s Bring up the Bodies, the sequel to 2009 Booker Prize Winner Wolf Hall. The most compelling novels do have a habit of providing ample scope for research, leading you on winding paths outside the pages of the book in order to know what exactly an author is alluding at and how to best convey it in the target language. And though a great deal can be found on the Internet, some particularities will remain obscure: No virtual tour will give you a clear view of roof constructions, palace kitchens, gates or stabling facilities. Which hardly ever presents problems; descriptions usually allow for general wordings. Bring up the Bodies, or rather its protagonist Cromwell, does not. By the time I started grumbling about the ‘preposterous lack of information on the Internet’, I thought it best to go over and have a look myself, and if possible, to discuss everything that still puzzled me about the text with Ms Mantel. So I (timidly but hopefully) applied to the Dutch Foundation of Literature for a travel grant, which met with generous approval.
De oude wegen: een voetreis van Robert Macfarlane, vertaald door Nico Groen en Marijke Versluys, uitgegeven bij
Pas jij even op? door Fiona Higgins, vertaald door Nellie Keukelaar-van Rijsbergen, verschijnt in november bij uitgeverij
Onlangs heb ik samen met Etienne van Heerden opgetreden voor masterstudenten in Utrecht, naar aanleiding van zijn boek 30 Nachten in Amsterdam. Etienne van Heerden vertelde bij deze gelegenheid over het schrijven van de roman, over zijn samenwerking met de Engelse vertaler en over zijn ambivalente houding ten opzichte van vertalingen: ‘Het is hetzelfde gevoel als wanneer je dochter met een vriendje thuiskomt. Afblijven, denk je, al weet je in je hart dat het onvermijdelijk is, dat het allemaal goed kan komen en dat het misschien een hele aardige jongen is.’
door Ignace Schretlen
Af en toe kom je als vertaler voor onverwachte keuzes te staan. In On Balance, een boek met op psychoanalytische leest geschoeide essays, gaat auteur Adam Phillips in op enkele sprookjes. Dat ‘Cinderella’ in de vertaling ‘Assepoester’ moest worden leek me vanzelfsprekend. Maar wat doe je met het sprookje ‘Jack and the Beanstalk’? Natuurlijk is die bonenstaak met een tussen-n, al geeft Google ook nog heel wat treffers op ‘bonestaak’. Maar hoe heet die jongen bij ons?
Recente reacties