hoofdbrekens

Je doorzoekt berichten met de tag hoofdbrekens.

Gavron-nederzetting[omslag]De nederzetting van Assaf Gavron, vertaald door Sylvie Hoyinck, verschenen bij Nieuw-Amsterdam.

Eerste zinnen zijn lastig. En intimiderend, want je bent nog niet helemaal thuis in de taal van de auteur en het boek. Je komt er altijd nog een paar keer op terug, om te checken of dat wat je verderop tegenkomt, ook al in die eerste zin verpakt zit. En als dat zo is, hoe je dat dan het beste in de vertaling kunt laten terugkomen. Bij Gavron is het niet anders.

Zo gewóón
In deze roman wordt het verhaal geschetst in korte scènes. Op subtiele wijze laat Gavron de ideeën en perspectieven van de verschillende personages doorschemeren in de taal. Het boek heeft een proloog, getiteld De velden. Deze proloog begint met een nogal korte zin:

.ראשונים היו השדות

Een ogenschijnlijk eenvoudig zinnetje, risjoniem hajoe hasadot, dat op meerdere manieren vertaald kan worden: ‘De velden waren er ’t eerst’, was mijn eerste keus. Als vertaling is er niks op aan te merken, maar later blijkt dat dit het toch net niet is. Dit klinkt alsof die velden er al waren en door Otniël Asís in gebruik genomen worden. Dat is niet het geval: hij is degene die bovenop een heuveltop een paar groenteveldjes aanlegt. Deze vertaling werd dus in tweede instantie aan de kant geschoven. Lees verder »

Tags: , ,

Alon Hilu, Ver wegVer weg (Hachi Rachok Sjeïfsjar) door Alon Hilu, uit het Hebreeuws vertaald door Sylvie Hoyinck, uitgegeven door Anthos, 2013.

Ver weg is een brief-/mailwisseling tussen Michaël, een jurist op leeftijd, en zijn neef Nadav, een gevoelige, gedichten schrijvende jongeman die zijn driejarige dienstplicht vervult. Michaël heeft een openbaring gehad en heeft besloten om te gaan reizen, Nadav zit gekluisterd aan een antennepost in de Negev, is de pispaal van de commandant en kan geen kant op. Een groter contrast is nauwelijks denkbaar.

Begane auteur
Toen ik aan de vertaling begon van Ver weg van Alon Hilu, bleek de auteur al meteen zeer begaan met het vertaalproces. Zodra duidelijk was dat ik het boek zou gaan doen, zocht hij contact via de mail en toen ik eenmaal bezig was, voorzag hij me van een uitgebreide woordenlijst met slang en specifieke uitdrukkingen – met uitleg. Lees verder »

Tags: , ,

Ingrediënten:

  • een landlady met een groot hart, die voorziet in een vrolijke, lichte ruimte met een reusachtige tafel en barkrukken eromheen, bij voorkeur met tuin en terras
  • een enthousiaste organisator en aangever
  • 8 of 9 leergierige boekvertalers
  • bronteksten naar keuze, van Literair met een hoofdletter tot Bouquetreeks (ook met een hoofdletter) of een werkvertaling van een van voornoemde boekvertalers
  • meerdere grote potten thee en koffie
  • zelfgebakken bananenbrood, muffins, appelcakejes en hazelnootcake, worstenbroodjes, chocola of andere lekkernijen
  • een snufje lef om met de billen bloot te gaan
  • mespunt peper (geen zout)
  • een kritische blik
  • een boog met pijlen om mee te schieten
  • eventueel een gastdocent.

Het Vertaalatelier

Voorbereiding
Prik per jaar drie of vier data en stuur de gekozen bronteksten of werkvertaling per e-mail naar alle deelnemende boekvertalers met een duidelijke opdracht. Lees verder »

Tags: , ,

Hilary Mantel writes on translation and her relationship with that quibbling class of people called translators. Klik hier voor de Nederlandse vertaling / For Dutch translation, click here

Bring Up The BodiesLike many Britons of my generation, I am virtually a monoglot. I was taught French at school but taught so badly that I had no confidence either in speaking or reading the language; essentially, it was taught to me as an extinct language, like Latin, and no acknowledgement was made of the fact that, within visible distance of our shoreline, millions of happy Frenchmen and women were chatting away.

Again like many of my compatriots, I feel guilty for being so bad at languages, and guilty that I cannot help my translators more. Though usually, they have not asked. Queries have been restricted to a few difficult phrases, idiomatic or obscure. And I have often wondered what is the effect of my work in translation, since often there is no feedback after publication. I know I am a quirky writer, and make use of non-standard English and of different registers and tone; also, my writing is interrupted, or inflected — however you like to put it—by nods and winks to other writers, by quotations not marked by quotation marks, by allusions that probably only a few readers will grasp. I am not a difficult or obscure writer (I hope) but I am ferociously intertextual. Mostly, the sense of the passage remains intact for the reader, whether or not the teasing echoes are picked up. But I suppose some of my translators must think I am a very strange woman. Lees verder »

Tags: , ,

Het boek HenryFor the past year I have had the good fortune to legitimately engross myself in what is to me the most compelling of novels, translating Hilary Mantel’s Bring up the Bodies, the sequel to 2009 Booker Prize Winner Wolf Hall. The most compelling novels do have a habit of providing ample scope for research, leading you on winding paths outside the pages of the book in order to know what exactly an author is alluding at and how to best convey it in the target language. And though a great deal can be found on the Internet, some particularities will remain obscure: No virtual tour will give you a clear view of roof constructions, palace kitchens, gates or stabling facilities. Which hardly ever presents problems; descriptions usually allow for general wordings. Bring up the Bodies, or rather its protagonist Cromwell, does not. By the time I started grumbling about the ‘preposterous lack of information on the Internet’, I thought it best to go over and have a look myself, and if possible, to discuss everything that still puzzled me about the text with Ms Mantel. So I (timidly but hopefully) applied to the Dutch Foundation of Literature for a travel grant, which met with generous approval. Lees verder »

Tags: , ,

De oude wegen: een voetreis van Robert Macfarlane, vertaald door Nico Groen en Marijke Versluys, uitgegeven bij De Bezige Bij (oorspronkelijke titel: The Old Ways: A Journey on Foot).

Er wordt ons gevraagd of we een boek over paden willen vertalen… Ja, inderdaad, paden. Een saaier onderwerp lijkt op het eerste gezicht nauwelijks denkbaar. Maar gelukkig is de auteur Robert Macfarlane. Van hem vertaalde een van ons eerder twee boeken, ook over schijnbaar niet erg sexy onderwerpen, te weten Hoogtekoorts (over de vraag waarom mensen bergen beklimmen) en De laatste wildernis (over de vraag waar in Groot-Brittannië nog ongerepte natuur te vinden is). Nog los van de fraaie manier waarop Macfarlane met die onderwerpen omspringt waren beide boeken een ware vertaaluitdaging en daardoor allesbehalve saai. Dus kom maar op met dat boek. Lees verder »

Tags: , , , ,

Pas jij even opPas jij even op? door Fiona Higgins, vertaald door Nellie Keukelaar-van Rijsbergen, verschijnt in november bij uitgeverij Artemis & Co (oorspronkelijke titel: The Mothers’ Group).

Onlangs heb ik de roman Pas jij even op? van Fiona Higgins vertaald. Het boek gaat over zes vrouwen in Australië die allemaal net een kind hebben gekregen. Ze krijgen van het consultatiebureau een uitnodiging voor een aantal bijeenkomsten met andere jonge moeders, onder leiding van een verloskundige die hun opvoedingsadviezen zal geven.

Een van de zes vrouwen komt van Bali en woont nog maar een paar maanden in Australië. Ze spreekt dan ook gebrekkig Engels. Hoe moest ik dat haperende Engels in het Nederlands vertalen zonder dat het belachelijk klonk? De opmerkingen van de Balinese vrouw – Made – waren namelijk vaak veel verstandiger dan wat de Australische vrouwen in perfect Engels zeiden. En naarmate Made langer in Australië woonde, werd haar Engels beter. Ook dat moest in de vertaling tot uiting komen.

Tandarts
Ik had al heel wat gegoogeld en een studieboek Indonesisch doorgenomen, toen de oplossing opeens uit een onverwachte hoek kwam. Lees verder »

Tags: ,

Iedere vertaler heeft er wel eens mee te maken: intertekstualiteit. Een al dan niet expliciete verwijzing naar oudere teksten, vaak behorend tot de canon van de wereldliteratuur. Een interessant onderwerp, waar Cees Koster in het kader van de Master Literair Vertalen i.o. op 1 maart jl. een lezing over hield. Hij stelde twee vragen centraal: ‘Wat verstaan we onder intertekstualiteit?’ en ‘Hoe valt intertekstualiteit – als technisch vertaalprobleem – op te lossen?’

Allereerst probeert Koster vat te krijgen op het begrip ‘intertekstualiteit’. Er zijn volgens hem drie literaire genres die inherent intertekstueel zijn: de parodie als polemische imitatie van een tekst, de pastiche als stijlimitatie, én de vertaling als ‘nabootsing’ van de tekst in een andere taal. Al vraagt Koster zich wel af of je een vertaling als een apart genre kunt zien. Want een vertaling is zowel een substituut voor een andere tekst als een commentaar op/een interpretatie van een andere tekst.

Specifieke intertekstualiteit
Na deze constatering schetst hij hoe je intertekstualiteit vanuit verschillende invalshoeken kunt benaderen, namelijk als wezenskenmerk van literatuur (elk nieuw boek verwijst naar alle voorafgaande literatuur), als generieke intertekstualiteit (genreaanduidingen, plotstructuren enzovoort) en als derde als specifieke intertekstualiteit (binnen afzonderlijke teksten). Lees verder »

Tags: ,

Etienne van Heerden, 30 Nachten in AmsterdamOnlangs heb ik samen met Etienne van Heerden opgetreden voor masterstudenten in Utrecht, naar aanleiding van zijn boek 30 Nachten in Amsterdam. Etienne van Heerden vertelde bij deze gelegenheid over het schrijven van de roman, over zijn samenwerking met de Engelse vertaler en over zijn ambivalente houding ten opzichte van vertalingen: ‘Het is hetzelfde gevoel als wanneer je dochter met een vriendje thuiskomt. Afblijven, denk je, al weet je in je hart dat het onvermijdelijk is, dat het allemaal goed kan komen en dat het misschien een hele aardige jongen is.’

Daarna mocht ik mijn kant van het verhaal vertellen.

Om te beginnen wil ik benadrukken dat ik het boek samen met Karina van Santen heb vertaald. Als ik het over ‘we’ heb is dat geen pluralis majestatis, dan bedoel ik Karina en mij. We werken nauw samen, al heel lang, en als een vertaling af is weten we meestal niet meer wie verantwoordelijk is voor die prachtige vondst of die stomme blunder. Gelukkig maar, zou ik bijna zeggen.

Engels of Afrikaans?
30 Nachten kregen we aanvankelijk aangeboden als vertaling uit het Engels. Er was geen vertaler Afrikaans beschikbaar en Etienne van Heerden had erin toegestemd dat de vertaling uit de Engelse versie zou worden gemaakt. Hij had die vertaling zelf nagekeken en van uitgebreid commentaar voorzien, dus in principe zou dat geen problemen opleveren. Lees verder »

Tags: , ,

Koppoterdoor Ignace Schretlen

Een koppoter is de eerste mensfiguur die kinderen tekenen. Dat gebeurt rond het derde levensjaar. De koppoter intrigeert en we zien dan ook dat vanaf deze fase veel ouders en wetenschappers in kindertekeningen geïnteresseerd raken. De sprong in de ontwikkeling is minder groot dan vaak wordt verondersteld: een koppoter bestaat uit onderdelen die tevoren los werden getekend: een cirkel, een paar streepjes en punten. Waar blijft de romp, is steevast de vraag? Het meest plausibele antwoord is al meer dan een halve eeuw geleden geopperd: het hoofd fungeert vermoedelijk ook als romp. We beleven nu eenmaal romp en hoofd als één geheel.

Ongeveer een kwart eeuw word ik al geboeid door koppoters en verzamel ik van alles rond dit boeiende thema. Koppoters komen niet alleen in kindertekeningen voor maar ook in klassieke, middeleeuwse, moderne en hedendaagse kunst, creatieve uitingen van mensen met een mentale handicap of psychiatrische aandoening, in rotskunst en primitieve culturen, in de wereld van reclame en design, in allerlei games, in strips, volksverhalen en literatuur, enzovoort. Koppoters kunnen symbool staan voor een ongecompliceerde, vrolijke wereld maar ook voor een lugubere, duistere wereld. Bij dat laatste kan worden gedacht aan Jheronimus Bosch en Pieter Bruegel de Oude; welke benaming toen werd gehanteerd voor menselijke gedrochten (grotesken) in de vorm van een koppoter is onbekend. Lees verder »

Tags: ,

« Oudere berichten