Kind van de leeuwin, door Katherine Scholes, vertaald door Els Franci-Ekeler, uitgegeven bij De Kern (oorspronkelijke titel: Lioness).
Katherine Scholes is geboren in Tanzania en heeft daar tot haar tiende gewoond. Haar vader was arts en missionaris, haar moeder kunstenares. Het gezin trok geregeld naar afgelegen delen van het land, waar haar vader dan vanuit een veldhospitaal werkte. Van die jeugdherinneringen heeft ze gebruikgemaakt voor de roman Kind van de leeuwin.
Kind van de leeuwin is een boek over de relatie tussen moeders en dochters, maar ook over de relatie tussen mens en leeuw. Niet voor niets heeft ze het opgedragen aan George Adamson, de ‘Father of Lions’, die in Kenia een reservaat had opgericht waar hij en zijn vrouw verweesde en gewonde leeuwen verzorgden tot die naar de wildernis konden terugkeren. Lees verder »

Het bewijs van liefde door Catherine Hall, oorspronkelijke titel The Proof of Love, vertaald door Aleid van Eekelen-Benders en verschenen bij
Bloedband door P.L. Gaus, vertaald door Nellie Keukelaar-van Rijsbergen en uitgegeven bij Barnabas (oorspronkelijke titel: Blood of the Prodigal). Bloedband is het eerste deel van een zesdelige detectiveserie.
Een van de leukste boeken die ik ooit heb vertaald is M.O.U.S.E. van Penny Dolan, een spannende Dickensiaanse jeugdroman voor kinderen vanaf een jaar of tien. Zo’n fijn dik boek waar je stiekem ’s avonds onder de dekens met een zaklantaarn in verder vertaalt. Het verhaal speelt halverwege de negentiende eeuw in Engeland en zit vol romantiek: een klein jongetje, een kasteel, een schatrijke grootvader, ouders die als plantkundigen de wereld afreizen en schipbreuk lijden (en uiteraard worden gered), een gemene, goklustige oom die uit is op het familiekapitaal, twee nog gemenere handlangers, een akelige kostschool, honger, pesterijen, een ontsnapping, een mysterieuze landloper, een poppenspeler, een klokkenmaker, de grote stad Londen (met overal graafwerkzaamheden door de aanleg van de ondergrondse), twee kostuumnaaisters van een groot theater, een Shakespeare-acteur à la Willem Royaards, een Midzomernachtsdroom, spanning en sensatie, en alles loopt goed af, behalve natuurlijk voor de slechteriken. Misschien doet deze korte samenvatting vermoeden dat het boek van clichés aan elkaar hangt, maar dat is beslist niet het geval: het verhaal zit heel goed in elkaar en alle personages spelen een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de hoofdpersoon. Ook de historische achtergrond is erg knap geschetst.
Verzet en eendracht, De grote oorlog, 1914-1918 door Adam Hochschild, vertaald door Leen Van Den Broucke en Huub Stegeman en uitgegeven bij
Het genootschap van de laatste dieren van Jeffrey Moore, vertaald door Gerda Baardman en Wim Scherpenisse, uitgegeven bij
Bonussen zijn niet alleen voor bankiers weggelegd. Ook vertalers worden wel eens extra voor hun inspanningen beloond – maar dan met een ander soort beloning dan in de financiële wereld gangbaar is. Tijdens het vertalen ontdek je soms dingen in een boek waarvan onduidelijk is of de schrijver die er doelbewust in heeft gestopt, maar die een boek nóg meer lading geven. Zo blijkt uit From Hell van Alan Moore en Eddie Campbell.
Het negerboek, van Lawrence Hill, vertaald door Ine Willems, uitgegeven bij
‘When I was little, my dad used to tell me, “Will, you can pick your friends, and you can pick your nose, but you can’t pick your friend’s nose.”’
Onder de huid, van Lucie Whitehouse, vertaald door Els Franci-Ekeler, uitgegeven bij
Recente reacties