vertaal-ABC

Je doorzoekt berichten met de tag vertaal-ABC.

Dit weekend heb ik De hond van Rabelais gelezen, een boek over vertalen van Hans van Pinxteren. Het is een bundeling van eerder verschenen stukken over Van Pinxterens eigen vertalingen (van o.a. Flaubert, Stendhal, Flaubert, Montaigne), begin dit jaar verschenen bij VertaalVerhaal, de nieuwe boekenreeks van de VertalersVakschool. En ik kan het iedereen aanraden, ik vond het een fascinerend boek.

Ik had al eerder beschouwingen van Van Pinxteren over vertalen gelezen die ik interessant vond, met name het nawoord bij zijn vertaling van Balzacs Nicht Bette, waarin hij overtuigend uitlegt waarom dat boek niet louter heeft vertaald, maar hier en daar ook ingekort en stilistisch opgepoetst. Dit boek biedt naast een herziene versie van dat nawoord nog meer van zulke essays, in een kraakheldere stijl, met veel sprekende voorbeelden van boeiende vertaalproblemen. Samen vormen ze een aanstekelijk pleidooi voor creatieve vrijheid bij het vertalen, van een vertaler wiens toewijding en bevlogenheid bewondering afdwingen. Als betoog over vertaalstrategieën is het misschien niet zo systematisch en veelomvattend als Arthur Langevelds Vertalen wat er staat , maar het lijkt me evengoed onmisbare lectuur voor iedereen die in literair vertalen is geïnteresseerd. Lees verder »

Tags: ,

Ingrediënten:

  • een landlady met een groot hart, die voorziet in een vrolijke, lichte ruimte met een reusachtige tafel en barkrukken eromheen, bij voorkeur met tuin en terras
  • een enthousiaste organisator en aangever
  • 8 of 9 leergierige boekvertalers
  • bronteksten naar keuze, van Literair met een hoofdletter tot Bouquetreeks (ook met een hoofdletter) of een werkvertaling van een van voornoemde boekvertalers
  • meerdere grote potten thee en koffie
  • zelfgebakken bananenbrood, muffins, appelcakejes en hazelnootcake, worstenbroodjes, chocola of andere lekkernijen
  • een snufje lef om met de billen bloot te gaan
  • mespunt peper (geen zout)
  • een kritische blik
  • een boog met pijlen om mee te schieten
  • eventueel een gastdocent.

Het Vertaalatelier

Voorbereiding
Prik per jaar drie of vier data en stuur de gekozen bronteksten of werkvertaling per e-mail naar alle deelnemende boekvertalers met een duidelijke opdracht. Lees verder »

Tags: , ,

Hilary Mantel writes on translation and her relationship with that quibbling class of people called translators. Klik hier voor de Nederlandse vertaling / For Dutch translation, click here

Bring Up The BodiesLike many Britons of my generation, I am virtually a monoglot. I was taught French at school but taught so badly that I had no confidence either in speaking or reading the language; essentially, it was taught to me as an extinct language, like Latin, and no acknowledgement was made of the fact that, within visible distance of our shoreline, millions of happy Frenchmen and women were chatting away.

Again like many of my compatriots, I feel guilty for being so bad at languages, and guilty that I cannot help my translators more. Though usually, they have not asked. Queries have been restricted to a few difficult phrases, idiomatic or obscure. And I have often wondered what is the effect of my work in translation, since often there is no feedback after publication. I know I am a quirky writer, and make use of non-standard English and of different registers and tone; also, my writing is interrupted, or inflected — however you like to put it—by nods and winks to other writers, by quotations not marked by quotation marks, by allusions that probably only a few readers will grasp. I am not a difficult or obscure writer (I hope) but I am ferociously intertextual. Mostly, the sense of the passage remains intact for the reader, whether or not the teasing echoes are picked up. But I suppose some of my translators must think I am a very strange woman. Lees verder »

Tags: , ,

Het boek HenryFor the past year I have had the good fortune to legitimately engross myself in what is to me the most compelling of novels, translating Hilary Mantel’s Bring up the Bodies, the sequel to 2009 Booker Prize Winner Wolf Hall. The most compelling novels do have a habit of providing ample scope for research, leading you on winding paths outside the pages of the book in order to know what exactly an author is alluding at and how to best convey it in the target language. And though a great deal can be found on the Internet, some particularities will remain obscure: No virtual tour will give you a clear view of roof constructions, palace kitchens, gates or stabling facilities. Which hardly ever presents problems; descriptions usually allow for general wordings. Bring up the Bodies, or rather its protagonist Cromwell, does not. By the time I started grumbling about the ‘preposterous lack of information on the Internet’, I thought it best to go over and have a look myself, and if possible, to discuss everything that still puzzled me about the text with Ms Mantel. So I (timidly but hopefully) applied to the Dutch Foundation of Literature for a travel grant, which met with generous approval. Lees verder »

Tags: , ,

‘We moeten Pessoa kunnen lezen zonder Portugees te kennen, Tsvetaea zonder Russisch geleerd te hebben of Auden zonder Engelstalig te zijn, en toch het gevoel krijgen dat we hun stem horen, via de taal waar we het meest vertrouwd mee zijn.’ Een uitspraak van de voorzitter van het Europees Platform voor de Literaire Vertaling (PETRA), Jacques de Decker.

Blijkens de ervaring van vertalers zijn veel lezers zich daar helemaal niet van bewust. Zij lezen hun buitenlandse auteurs vaak zonder in de gaten te hebben dat ze een vertaling lezen. Zo kan het gebeuren dat vertalers op boekenbeurzen, manifestaties en boekpresentaties bezoekers tegenkomen die desgevraagd verbaasd reageren: ‘Vertalen, hoezo? Moet dat dan? Hoe gaat dat? Zo moeilijk is dat toch niet!’

Jeroensdag: Ineke LentingIneke Lenting vertaalt live in Amsterdam

Fuik van vertalers
Wie afgelopen zondag de Centrale Bibliotheek van Amsterdam bezocht, liep onmiddellijk in een fuik van vertalers (zie het videoverslag); om lezers kennis te laten maken met het verschijnsel vertaler organiseerde de Werkgroep Algemeen Boekvertalers van de Vereniging van Letterkundigen op die dertigste september, de dag van hun patroonheilige Sint-Hiëronymus, in de hal van Amsterdams Centrale Bibliotheek een vertaaldemonstratie. Gewapend met laptop, microfoon, beamer en projectiescherm liet een zevental vertalers van uiteenlopende genres buitenlandse literatuur het binnenkomende publiek zien voor welke problemen zij zich bij hun werk geplaatst zien. Lees verder »

Tags: , ,

door de Taskforce Jeroensdag

‘Wij schrijvers bedenken zinnen vanuit het niets, maar mijn vertalers moeten dat “gegeven”, dat subtiel van aard is of assonantie kent, culturele verwijzingen bevat of woordspelig is, in zijn delen ontleden en in een volstrekt andere taal weer in elkaar zetten, waarbij zo weinig mogelijk van het beoogde verloren mag gaan.’ (David Mitchell in Vrij Nederland, 24/07/’10, vert. Harm Damsma en Nick Miedema.)

Veel lezers, misschien wel de meeste, hebben daar geen idee van. Wij, vertalers, komen ze tegen op boekenbeurzen, manifestaties als Manuscripta, boekpresentaties, enz. Vertalen, hoezo? Moet dat? Hoe gaat dat? Dat is toch niet zo moeilijk! Daar heb je Google voor of andere vertaalprogramma’s. Toen CEATL (Europese Raad van Verenigingen van Vertalers) in het voorjaar voorstelde de feestdag van de patroon van de vertalers, St. Jeroen op 30 september, aan te grijpen om het vertalersvak onder de aandacht van het publiek te brengen, ontstond bij vertalers van de Vereniging van Schrijvers en Vertalers (VSenV) het idee om bezoekers van boekhandels of bibliotheken op die dag even mee te nemen op het kronkelige, vaak moeilijk begaanbare pad van de boekvertaling. Hoe slaagt de vertaler erin niet alleen de letter maar vooral de geest van de schrijver en zijn kunstwerk te begrijpen en in de doeltaal om te zetten? Hoe zorgt hij ervoor dat de lezer ook in de
vertaalde versie gegrepen wordt door het literaire talent van de auteur en niet hoeft te struikelen over hotsebotsend taalgebruik?

Jeroensdag

Lees verder »

Tags: , , ,

Iedere vertaler heeft er wel eens mee te maken: intertekstualiteit. Een al dan niet expliciete verwijzing naar oudere teksten, vaak behorend tot de canon van de wereldliteratuur. Een interessant onderwerp, waar Cees Koster in het kader van de Master Literair Vertalen i.o. op 1 maart jl. een lezing over hield. Hij stelde twee vragen centraal: ‘Wat verstaan we onder intertekstualiteit?’ en ‘Hoe valt intertekstualiteit – als technisch vertaalprobleem – op te lossen?’

Allereerst probeert Koster vat te krijgen op het begrip ‘intertekstualiteit’. Er zijn volgens hem drie literaire genres die inherent intertekstueel zijn: de parodie als polemische imitatie van een tekst, de pastiche als stijlimitatie, én de vertaling als ‘nabootsing’ van de tekst in een andere taal. Al vraagt Koster zich wel af of je een vertaling als een apart genre kunt zien. Want een vertaling is zowel een substituut voor een andere tekst als een commentaar op/een interpretatie van een andere tekst.

Specifieke intertekstualiteit
Na deze constatering schetst hij hoe je intertekstualiteit vanuit verschillende invalshoeken kunt benaderen, namelijk als wezenskenmerk van literatuur (elk nieuw boek verwijst naar alle voorafgaande literatuur), als generieke intertekstualiteit (genreaanduidingen, plotstructuren enzovoort) en als derde als specifieke intertekstualiteit (binnen afzonderlijke teksten). Lees verder »

Tags: ,

Sommige auteurs strooien rijkelijk met citaten, al dan niet uit de wereldliteratuur. Als het gaat om citaten van in het Nederlands vertaalde boeken gebruik ik bij voorkeur een bestaande Nederlandse vertaling. Daarmee behoud je in zekere zin de eigen stem van de geciteerde schrijver, zodat in het uiteindelijke resultaat de meestemmigheid beter naar voren komt.

Helaas zijn de auteurs niet altijd even scheutig met hun verwijzingen, wat veel opzoekwerk in de bibliotheek betekent. Soms heb je weinig meer houvast dan de naam van de schrijver en de titel van het boek. Het is echter best leuk om een citaat op te zoeken. Je leest een boek uiterst geconcentreerd en in een sneltreinvaart. Als je het citaat dan vindt is dat heel bevredigend, maar het kost allemaal wel veel tijd. Daar komt bij dat de auteur soms citeert uit naar het Engels vertaalde literatuur. Het zou dan wat vreemd zijn als ik zo’n Engelse vertaling naar het Nederlands vertaal, zeker wanneer er een Nederlandse vertaling van het oorspronkelijke werk bestaat. Lees verder »

Tags: ,

Jack and the Beanstalk GiantAf en toe kom je als vertaler voor onverwachte keuzes te staan. In On Balance, een boek met op psychoanalytische leest geschoeide essays, gaat auteur Adam Phillips in op enkele sprookjes. Dat ‘Cinderella’ in de vertaling ‘Assepoester’ moest worden leek me vanzelfsprekend. Maar wat doe je met het sprookje ‘Jack and the Beanstalk’? Natuurlijk is die bonenstaak met een tussen-n, al geeft Google ook nog heel wat treffers op ‘bonestaak’. Maar hoe heet die jongen bij ons? Lees verder »

Tags: ,

Vertalers zijn ook maar mensen. Ze weten niet alles. Zo wist ik bijvoorbeeld niet wie of wat een TARDIS was, tot ik dit begrip tegenkwam in het boek dat ik aan het vertalen ben. Na een korte zoektocht op het internet behoorde ik tot de ingewijden, maar daarmee was de vraag of het begrip in de Nederlands vertaling overgenomen moest worden, nog niet beantwoord.

De TARDIS (Time And Relative Dimensions In Space) is een fictieve tijdmachine in de Britse sciencefictionserie Doctor Who. Bij navraag onder collega’s bleek dat sommigen van hen niet alleen bekend zijn met de serie, maar dat je hen bijna kunt bestempelen als aficionado’s. In Groot-Brittannië woonachtige collega’s vertelden er meteen bij dat er bij hen in de buurt zelfs een TARDIS staat. Daarentegen hadden andere collega’s er nog nooit van gehoord.
Lees verder »

Tags: ,

« Oudere berichten