Warm bad voor vertalers: de Intensieve Cursus Literair Vertalen

Van 1 tot en met 5 november 2010 vond in Utrecht de Intensieve Cursus Literair Vertalen (ICLV) plaats, georganiseerd door het Expertisecentrum Literair Vertalen. Drie groepen cursisten, met als brontalen Engels, Italiaans of Noors, hadden het voorrecht aan deze postdocachtige opleiding tot literair vertaler deel te nemen. Wat houdt de intensieve cursus in? Wat passeert er allemaal de revue? En ‘wat heb je er als vertaler aan’? Een reportage van een embedded vertaler.

J-E-Z-U-S geeft me V-R-E-D-E
Ik leef met hart en ziel voor onze G-O-D
Mijn L-E-V-E-N was behoorlijk K-U-T
Nu juich ik want hij heeft mij G-E-R-E-D.

Sweet LibertyAldus de vertaling van een gospelachtige countrysong die de Ierse auteur Joseph O’Connor ooit op de Amerikaanse autoradio hoorde en aanhaalt in zijn (niet in het Nederlands vertaalde) non-fictiewerk Sweet Liberty. De song was onderdeel van een fragment dat door de deelnemers Engels aan de ICLV collectief moest worden vertaald. De bijeenkomst waarop alle drie de collectieve vertalingen werden voorgelezen, vormde het sluitstuk van de cursus en was – zoveel zal duidelijk zijn – bij vlagen hilarisch. Zo leuk kan vertalen zijn, en tot zulke creatieve hoogten kunnen vertalers (in dit geval Kitty Pouwels) stijgen als ze een week worden ondergedompeld in de vertaalsnelkookpan die ICLV heet.

De ICLV is er voor vertalers die overwegen zich in het literaire genre te bekwamen. Wie eraan wil deelnemen, wordt geselecteerd op basis van een proefvertaling en een schriftelijke motivatie.

Dat werpt een drempel op, maar schept ook kansen. Want wie wil meedoen, hoeft niet per se al een literaire tekst te hebben vertaald. Dat criterium geldt wel voor wie zich wil inschrijven voor de workshops van de Literaire Vertaaldagen. Vertalers zonder literaire vertaling op hun naam mopperen daar niet ten onrechte over.

Het criterium geldt dus niet voor toelating tot de ICLV. Motivatie telt, en de kwaliteit van de proefvertaling. Sommige cursisten hadden net een vertaalopleiding afgerond en moesten hun eerste vertaalopdracht nog binnenhalen. Uiteindelijk mochten er voor Engels tien, voor Italiaans zes en voor Noors vijf deelnemers meedoen.

Vertaalateliers
De ICLV vindt verspreid over vijf dagen plaats en telt drie hoofdonderdelen: vertaalateliers (workshops à la de Vertaaldagen), hoorcolleges van topvertalers en het produceren van de collectieve vertaling.

Ter voorbereiding op de vertaalateliers (van in totaal 12 uur) moesten de cursisten twee teksten vertalen, die elk afzonderlijk werden besproken onder leiding van ervaren moderatoren. Voor het Engels waren dat Gerda Baardman en het vertaalduo Harm Damsma en Niek Miedema, voor het Italiaans Frans Denissen en Jan van der Haar en voor het Noors Lucy Pijttersen en Paula Stevens. Bij elke groep was een native speaker met vertaalervaring aanwezig: voor het Engels Susan Massotty, voor het Italiaans Francesco De Nicoló en Laura Pignatti en voor het Noors Eve-Marie Lund. Een enorme luxe, want een native is vaak meer waard dan tien woordenboeken onder handbereik. Hij of zij weet iets heel waardevols wat in een woordenboek ontbreekt: of een woord of uitdrukking in de brontaal heel gewoon of juist ‘raar’ is.

Voor wie niet bekend is met vertaalateliers/workshops: als vertaler steek je er enorm veel van op, hoe vaak je er ook een gevolgd hebt. Je leert elk woord te wegen, hoort vondsten die je zelf niet hebt kunnen bedenken en beseft dat vertalen inhoudt dat je voortdurend op je hoede moet zijn. De ateliers zijn soms confronterend, maar altijd inspirerend.

In ons geval (ik nam deel aan de groep met Engels als brontaal) leverde een van de ateliers ons dankzij onze moderatoren Damsma en Miedema bovendien een handzaam overzicht op van veertien (!) vertaalstrategieën voor cultuurgebonden realia. Dat zijn woorden die verband houden met de cultuur van de brontaal, zoals historische begrippen (‘Founding Fathers’), geografische/topografische begrippen (‘The Big Apple’) en eenheidsbegrippen (‘Square Mile’).

collegebankenTerug in de collegebanken
Dit jaar maakten vier colleges deel uit van de ICLV, keurig verdeeld over (het vertalen van) poëzie, proza, toneel en dialoog.

Vertaler-dichter Francis Jones vertelde over onderzoek waarin hij vertalers hardop liet denken en waarmee hij het begrip ‘creativiteit’ probeerde te vangen. Martin de Haan hield een tot nadenken stemmend, didactisch fraai opgebouwd betoog over het vertalen van proza, met als conclusie dat de identiteit van de brontekst niet bestaat. Een eyeopener. Shakespeare-vertaler Frank Albers stond niet alleen uitgebreid stil bij de omstandigheden waaronder de stukken van Shakespeare ontstonden, maar legde ook uit waarom de beroemde regel ‘to be or not to be’ vrijwel altijd verkeerd wordt vertaald. Onno Kosters, tot slot, liet aan de hand van het werk van James Joyce zien wat dialogen zeggen over personages en hoe een dialoog in een literaire tekst wordt voorbereid.

Mijn ervaring was dat de colleges een nuttige, theoretische aanvulling vormden op de vertaalateliers, maar toch zo praktisch waren dat ik vaak met instemming zat te knikken: ze leren je reflecteren op problemen waar je als vertaler in de praktijk vaak tegenaan loopt.

Leiderschap en groepsdynamiek
Het derde onderdeel was de collectieve vertaling: per taal kregen de cursisten een hun onbekende tekst in de brontaal, waar ze samen een vertaling van moesten maken. Ze kregen daar in totaal zes uur de tijd voor, verspreid over drie dagen. Op de laatste dag moesten ze hun vertaling presenteren, waarbij ze iets moesten vertellen over hun aanpak, de vertaling moesten voorlezen en de vertaalproblemen in de tekst moesten bespreken en hun keuzes moesten verantwoorden, eventueel met behulp van alternatieve oplossingen.

Omdat onze groep tien deelnemers telde en het te vertalen fragment maar liefst vier pagina’s lang was, was collectief vertalen voor ons vooral een kwestie van goed organiseren. We besloten de groep op te splitsen in subgroepjes met elk een eigen portie vertaalwerk: de ‘bodytekst’ (twee groepjes deden elk twee pagina’s), de eerder genoemde realia en een lastige dialoog, en, als derde, woordspelingen en de countrysong. Die aanpak werkte: we leverden op tijd maar met enige moeite een vertaling af waar we ons niet voor hoefden te schamen.

Achteraf leek dit onderdeel niet zozeer een oefening in vertalen als wel een oefening in groepsdynamiek en leiderschap. En in het gebruik van de door het ELV ontwikkelde ‘Educatieve Leeromgeving’ (ELO), een digitaal platform waar cursisten en docenten contact met elkaar kunnen onderhouden en hun vertalingen en andere nuttige documenten kunnen uitwisselen.

Rijk programma
Naast de drie hoofdonderdelen had de uitstekende staf van het ELV nog enkele losse programmaonderdelen georganiseerd, waaronder een speeddatingsessie met literaire instellingen als het Nederlands Letterenfonds en het ELV zelf, en een studiemiddag over het Nederlands. De sprekers waren die middag taalpublicist Ewoud Sanders, spellingdeskundige van de Taalunie Rik Schutz, docente Nederlands aan de Vertalersvakschool Liesbeth van Nes en redacteuren van de uitgeverijen Van Oorschot en Athenaeum-Polak. Om de docenten en vertalers, ook die van de verschillende groepen, de gelegenheid te geven elkaar beter te leren kennen – de ICLV is nadrukkelijk ook bedoeld om je netwerk uit te breiden – had het ELV borrels, etentjes en excursies georganiseerd. Alles bij elkaar kende elke dag een boordevol programma. Intensief, inderdaad.

Schijntje
De ICLV is een warm bad voor vertalers die graag de literaire kant op willen. De cursus is pittig, maar zeer leerzaam. Hij is professioneel, doordacht en evenwichtig opgezet en de sfeer is bijzonder aangenaam. De samenstelling van de groepen is een mooie mix van ervaren en minder ervaren vertalers. De moderatoren zijn hartelijk, gepokt en gemazeld, en graag bereid hun kennis en contacten te delen.

Motivatie en proefvertaling zijn voorwaarden om te mogen meedoen, maar daar staat dus tegenover dat je geen literair boek hoeft te hebben vertaald. En omdat je je proefvertaling niet onder eigen naam inlevert, kun je meer dan één keer meedoen. (Voor één cursiste was het al de derde keer.) Wat in elk geval geen drempel vormt, is de bespottelijk lage prijs van 150 euro.

Jammer (maar begrijpelijk) is wel dat je je niet elk jaar kunt opgeven. Want het ELV organiseert hem wel elk jaar, maar telkens met andere brontalen. Wie wil weten wanneer ‘zijn’ taal weer aan de beurt is, abonnere zich op de nieuwsbrief van het ELV.

De laatste editie vond nog geen maand geleden plaats, maar sommige deelnemers, onder wie ik, hebben nu al heimwee. Daarom luister ik af en toe even naar de gospelsong (Klik op ‘MP3’ of op ‘Listen (Real Audio)’. Na een verzoek om een financiële bijdrage en het liedje ‘When I wake up’ volgt de gospelsong, ingeleid door een stukje over korter wordende oktoberdagen…)

Download PDF

Tags: ,

  1. Dag Nico,

    Wat geweldig dat je zo’n mooi verslag hebt gemaakt van de ELV-cursus. Het speelde ook even door mijn hoofd dat te doen, maar te laks. Het is een mooie weergave. Ik ben eigenlijk benieuwd naar die 14 strategieën voor realia. Heb je daar een overzichtje van? Vast ook nuttig voor italiaans.

    groet,
    marjo stam

  2. Waar ik ook benieuwd naar ben: hoe wordt ‘to be or not to be’ vaak vertaald, waarom is dat fout en wat is de correcte vertaling?

  3. Mooie samenvatting, Nico. Heel herkenbaar, vooral ook de opmerking over de brontaalsprekers. Hulde.

    Renée Vink, cursist Noors.

  4. Geweldig verslag, bedankt!
    Die 14 strategiën voor het vertalen van realia, is dat niet het artikel van Diederik Grit? Die staat bij de files (in de map “artikelen over vertalen”, toegankelijk dus voor elke boekvertaler.

    “De identiteit van de brontekst bestaat niet”, klinkt spannend, is hier ergen wat meer over te lezen/horen?

    Groet,
    Andrea

  5. Goed verslag, Nico. Ik kan iedereen de cursus aanraden! Zeer leerzaam en inspirerend. Het maken van de gezamenlijke vertaling vond ik echt een hoogtepunt. Nooit gedacht dat je met z’n tienen zoiets kunt klaarspelen.

    Gerdien Beelen, cursist Engels

  6. Dag Andrea,

    Die formulering “de identiteit van de brontekst bestaat niet” zou ik zelf niet zo snel in de mond nemen, ik zou eerder betogen dat die identiteit elke keer weer ontstaat wanneer een lezer of vertaler zich over de tekst buigt. Maar in feite komt dat natuurlijk op hetzelfde neer als zeggen dat DE identiteit niet bestaat. Als je dit interessante materie vindt: ik heb er regelmatig over geschreven, zie bijvoorbeeld dit stuk dat ooit in de Volkskrant heeft gestaan.

    Groet,
    Martin

  7. @ allen: dank voor jullie aardige reacties! En leuk, Gerdien, om je hier weer tegen te komen.

    @ Marjo en Andrea: nee, het is niet het artikel van Diederik Grit. Het is een overzicht dat Harm Damsma en Niek Miedema samen hebben opgesteld. Daarom wil, kan en mag ik het niet zomaar ‘weggeven’. Ik zal beiden om toestemming vragen. Wordt vervolgd.

    @ Wim: Nou, het is niet zozeer dat ‘to be or not to be’ verkeerd wordt vertaald, maar eerder de regels daarna. Frank Albers gaf in zijn collega de vertalingen van ‘To be, or not to be’ tot en met de regel ‘and by opposing end them’ van Burgersdijk, Van Looy, Voeten, Claus, Komrij (1989) en Courteaux. Hij hield een betoog waarin hij aannemelijk maakte waarom je die laatste regel moet lezen als ‘And end by opposing them’, zodat dat ‘end’ slaat op het subject (Hamlet) en niet op ‘sea of troubles’. In de genoemde vertalingen heeft ‘end’ wél betrekking op ‘them’. Albers’ vertaling:

    De kwestie is natuurlijk: zijn of niet zijn.
    Wat is nu nobeler: verdragen dat
    het blinde lot je krabt en bijt en schopt,
    of vechten tegen zeeën van ellende,
    en vechtend omkomen?

  8. Beheerste haast en vastgehouden zwier… Deze zin uit het gedicht ‘De danser’ van Martinus Nijhof kwam terug in mijn gedachten bij het lezen van je mooie en heldere verslag. Deze inspirerende dichterlijke zin hoorde ik vandaag tijdens de eerste dag van de Literaire Vertaaldagen in Utrecht. Daar presenteerde David Colmer op aanstekelijke wijze zijn Engelse vertaling van ‘De danser’.

  9. @ Jeanne: dank je!

    @ Marjo en Andrea. Ik heb het zaterdag aan Harm en Niek gevraagd, en zij zeiden me dat hun overzicht wel degelijk is gebaseerd op het artikel van Diederik Grit.

Antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*