Op donderdag 10 december 2009 wordt in Perdu een avond gehouden over Nederlandse literatuur in Engelse vertaling, met de dichters Hélène Gelèns, Hagar Peeters, Mustafa Stitou en Kate Foley (Britse dichter wonend te Amsterdam), auteur Manon Uphoff en de vertalers David Colmer, Donald Gardner, Sam Garrett en Willem Groenewegen. Het programma wordt gepresenteerd door dr. Martin Bax, redacteur van het Engelse literaire tijdschrift AMBIT.
‘A Dutch invasion?’ is een programma over recente Nederlandse literatuur die de oversteek naar Engeland heeft gemaakt en dat is opgebouwd rond de net verschenen editie van AMBIT. Daarin staat een aantal nieuwe vertalingen van Nederlandse gedichten en proza centraal. De Nederlandse schrijvers lezen voor uit eigen werk; hun vertalers lezen de vertalingen. Dit tweetalige programma is gericht op zowel Nederlandstaligen die nieuwsgierig zijn naar het procédé van het vertalen en de receptie van Nederlandse literatuur in Engeland, als op Engelstaligen die belangstelling hebben voor recente Nederlandse literatuur. Speciale gast is dr. Martin Bax, redacteur van AMBIT, die het programma zal presenteren. De deelnemers geven niet alleen lezingen, ze gaan ook in discussie met elkaar en met het publiek. Wat is de Nederlandse poëzie eigenlijk en overleeft ze in een vreemde taal?
Aanvang: 20.00
zaal open: 19.30
Entree: € 7,- / € 5,- (met o.m. vriendenpas)
Locatie: Perdu, Kloveniersburgwal 86, Amsterdam

Hieronder vertellen Wim Scherpenisse en Gerda Baardman over De kleren die wij dragen, hun vertaling van The Clothes on Their Backs van Linda Grant, verschenen bij uitgeverij
De Filter Vertaalprijs 2009 voor de meest opvallende vertaling uit het jaar 2008 is toegekend aan de vertaling uit het Russisch van wat nu wel Fjodor Dostojevski’s grote terroristenroman wordt genoemd, Bjesy (Duivels) gemaakt door Hans Boland en onberispelijk uitgegeven door Athenaeum–Polak & Van Gennep.
De Elly Jaffé Prijs, een tweejaarlijkse oeuvreprijs voor literaire vertalingen uit het Frans, is toegekend aan Mirjam de Veth.
`Wat een stomme plek om te sterven. Wat een stomme oorlog om in te sterven,’ denkt Helene Cooper nadat ze door militairen uit haar door een tank geplette Humvee is getrokken. Het is begin 2003. Cooper doet als gelouterd buitenlandcorrespondent voor The Wall Street Journal verslag van de oorlog in Irak. `Als ik dan toch dood moet in een oorlog, dan in mijn eigen land, in Liberia,’ denkt ze als blijkt dat haar zware en onhandige ABC-pak niet is volgezogen met haar eigen slagaderlijke bloed, maar met olie. In het woestijnzand ten zuiden van Nasiriyah, terwijl bulderende kanonnen en de lichtsporen van duizenden granaten de nacht aan flarden scheuren, besluit Cooper dat het na 23 jaar hoog tijd is terug te keren naar haar vaderland. En naar haar zusje.
Hieronder vertellen Kitty Pouwels en Monique Eggermont over
Hieronder vertellen Gerda Baardman en Wim Scherpenisse over Jongen A, hun vertaling van Boy A van Jonathan Trigell, verschenen bij
Laatste reacties