Net uit: Springvloed

Springvloed door Elly Griffiths, vertaald door Els Franci-Ekeler en uitgegeven bij De Kern (oorspronkelijke titel: The House at Sea’s End)

Prehistorie
Twee jaar geleden kreeg ik het boek The Crossing Places van Elly Griffiths ter vertaling aangeboden, dat in het Nederlands de titel Dodencirkel heeft gekregen. Het is een detectiveverhaal zonder klassieke detective, een boek waarin de prehistorie en de mystiek van de Noorse sagen een grote rol spelen, een verhaal over een forensisch archeologe wier hulp wordt ingeroepen om een skelet te onderzoeken dat weleens van een meisje kon zijn dat het jaar daarvoor spoorloos was verdwenen. Een boek waarin een druïde de beste vriend is van de onwaarschijnlijke heldin van het verhaal, en een norse, nuchtere politierechercheur zich tegenover dit alles geplaatst ziet.

Het zou het eerste boek worden van de Ruth Galloway-serie. Ruth is forensisch archeologe, docent aan de universiteit van North Norfolk, een alleenstaande, kinderloze bijna-veertiger, die met haar twee katten in een afgelegen huisje aan de rand van de Saltmarsh woont, waar ze zomer en winter geniet van het natuurschoon van het uitgestrekte moeras. Als ze tegen wil en dank wordt betrokken bij een onderzoek naar vermiste meisjes, blijkt ze onvermoede speurderstalenten te bezitten. Haar tegenpool is Harry Nelson, de plaatselijke inspecteur van politie, het klassieke donkere, zwijgzame type, een man die een hekel aan Norfolk heeft en veel liever in Blackpool was blijven wonen. Deze vader en echtgenoot raakt door de ontknoping van het mysterie zo van streek dat hij op een stormachtige avond troost zoekt bij Ruth, die de aantrekkingskracht die hij op haar heeft onmogelijk kan weerstaan.

De Romeinen
Op Dodencirkel volgde Offersteen, waarin de natuur van Norfolk, die in het eerste boek zo’n prominente plaats had gekregen, slechts de achtergrond vormt van een al even spannend mysterie rond oude botten — ditmaal uit het Romeinse tijdperk — en een veel recenter kinderskelet, waaraan de schedel ontbreekt. Alhoewel Ruth probeert niet te nauw bij het onderzoek betrokken te raken, vooral omdat ze last heeft van ochtendziekte en nog helemaal niet aan Nelson wil vertellen dat ze zwanger is, zijn er mensen die blijkbaar denken dat zij te veel weet, want ze wordt voortdurend op subtiele manieren bedreigd.

De Tweede Wereldoorlog
En nu is het derde boek in de serie verschenen, Springvloed, waarin nieuwe elementen van de natuur van Norfolk aan bod komen. Niet de winderige vlakten en verraderlijke moerassen van de Saltmarsh staan centraal, maar de langzaam afbrokkelende klippen en de daarop liggende dorpen waarvan de huizen in zee dreigen te storten, de afgelegen en schier onbereikbare strandjes aan de voet van die klippen, en de geheimen die daar door een springvloed worden ontbloot. Als Ruth na een storm wordt opgetrommeld om een zestal skeletten te bekijken die aan de voet van een klip zijn gevonden, is haar meteen duidelijk dat het niet gaat om beenderen uit de oudheid, maar uit een veel recenter tijdperk: de Tweede Wereldoorlog. De vraag is: van wie zijn die skeletten? Van Engelsen of misschien van Duitse soldaten?

Dat Ruth inmiddels is bevallen van de dochter van Harry, dat een lid van het Europees Parlement hardnekkig blijft wonen in een van de huizen die op het punt staan van een klip in zee te storten, dat zijn vrijgevochten dochter door het verhaal vlindert, dat bejaarde mannen plotseling op verdachte wijze voorgoed inslapen, en dat een oude vriendin van Ruth uit de tijd dat ze in Bosnië meehielp massagraven bloot te leggen opeens komt logeren, maakt het verhaal heerlijk ingewikkeld en houdt de lezer tot het einde in spanning.

De Ruth Galloway-serie
Elly Griffiths vertelde onlangs in een interview dat ze ideeën heeft voor nog minstens vier boeken in deze serie. De forensische archeologie biedt stof genoeg en de relatie tussen Ruth en Harry zal vast net zoveel complicaties kennen als de moordmysteries.

Download PDF

Tags: ,

Antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*