Boekvertaler in het theater

Soms is het een boekvertaler vergund een uitstapje te maken. Zo heb ik me de eerste maanden van dit jaar gebogen over het toneelstuk Invasion! (Invasie!) van de Zweedse roman- en toneelauteur Jonas Hassen Khemiri. Khemiri is een inventieve woordjongleur, gevierd en gelauwerd in Zweden en ook steeds meer daarbuiten. Omdat Khemiri zelfs voor een schrijver uitgesproken talig is, met grote belangstelling voor allerhande varianten van het Zweeds, is er voor vertalers veel te beleven aan zijn teksten. In Invasion! laat hij onder meer een gebrekkig Zweeds sprekende immigrant, hoogdravende acteurs, stoer pratende scholieren, verwijzingverslaafde wetenschappers en een opmerkelijk tierend meisje aan het woord. Straattaal, al dan niet bestaande jongerentaal, zelfverzonnen neologismen en poëtische inslagen spelen een grote rol. Taal is in Invasion! niet alleen een middel, maar ook een, naar mijn smaak zelfs hét, thema.

Invasie!
De opzet van het stuk is eenvoudig: scholieren bestormen het podium bij een doodsaai en onbegrijpelijk toneelstuk dat ze met school moeten bekijken. Terug op school transformeren ze de naam van het hoofdpersonage Abulkasem tot onder meer werkwoord, belediging, loftuiting, de naam van een vingerafdrukloze asielzoeker en die van een discodansende Libanese oom.

Aan dit uitstapje naar een toneeltekst zit ook een écht uitje vast, naar de Hoofdstad, naar theater Frascati. Regisseur Catoke Kramer schrijft me van tevoren enthousiast over de vertaling en vertelt dat ze bij de repetities voor de proefvoorstelling ‘alle kanten op zijn gegaan’, een opmerking die mijn verbeelding danig prikkelt: wat zal er in het bestek van een maand van het stuk kunnen zijn gemaakt? Welke scènes lenen zich eigenlijk het best voor een introductie tot Khemiri’s toneelwerk? Of gebruiken ze misschien alleen alle tirades, wonderlijke scheldwoorden en door Khemiri naar zijn hand gezette popliedjes? Of laten ze Abulkasem tot tragische superheld evolueren?

Schuimbad
Wat zie ik? Eerst zeven zwartgeklede, piepjonge acteurs die zwijgend in de weer zijn. Samenklonterend, uiteenstuivend, sjouwend met spullen, slepend met rubberen matten naar de praktisch lege speelvloer. Tijdens dit redderen worden brieven van kinderen aan ouders voorgelezen, brieven die volstrekt nieuw voor me zijn. Als ineens een megafoonsirene loeit verzamelen de jongeren zich rondom een centraal vierkant, steeds opzichtiger grinnikend, rondkijkend. Op een onzichtbaar teken lopen ze naar het vierkant toe en knutselen een grote bak in elkaar, stellen zich daarin op met hun gezicht naar het publiek, en een imposante schuimmachine schuimt de bak boordevol. Dan breekt de hoofdmoot van het stuk aan: met zwoegend zwiepen van hun haar ontdoen de zeven de bak van het schuim. De bak is groot, de spelers worden rood en als de bak eindelijk, eindelijk leeg is, stroomt hij opnieuw vol. Een voor een laten de acteurs zich zachtjes in het schuim wegzakken, tot ze allemaal zijn verdwenen. Langzaam dooft het licht.

Ik stel verbijsterd vast dat van de vertaalde tekst niets, geen enkel woord, is gebruikt. En, erger, dat ik een doodsaai en onbegrijpelijk toneelstuk heb moeten zien. In tegenstelling tot de scholieren in Invasion! is niemand uit het publiek in opstand gekomen.

Tags: ,

  1. O Jasper, wat een frustrerende ervaring moet dat zijn! Ik wist wel dat regisseurs nogal vrij kunnen omgaan met een toneeltekst, maar dit slaat alles! Hebben ze jou nog gevraagd wat je ervan vond?

  2. Ze hoefden mij niet te vragen wat ik ervan vond, want na afloop heb ik hartgrondig boe geroepen.
    Later heb ik de dramaturg nog gesproken, een goed gesprek waarbij bleek dat we volstrekt verschillende opvattingen over theatermaken hebben.

    Overigens komt er later dit jaar een andere uitvoering van Invasion! op de planken, met andere acteurs en een andere regisseur. Het stuk is dus niet volledig verloren gegaan voor het Nederlands taalgebied!

Antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


*