Vertalers aan het woord in juni
Tot voor kort was er nog nooit een boek van de Argentijnse Mariana Dimópulos in het Nederlands verschenen. Maar onlangs zag bij uitgeverij Cossee Spreken in tongen het licht, een boek waarin de vertaler Duits en Engels in gesprek gaat met J.M. Coetzee over talen en vertalen. En dat leidt tot allerlei intrigerende overpeinzingen en uitspraken. Zo noemt Coetzee zijn Nederlandse vertaler zijn ‘Nederlandse tweelingbroer’. Ook nu werd de Zuid-Afrikaan vertaald door Peter Bergsma, terwijl zijn vertaalster voor het conto kwam van een andere vertaler Engels, Anna Helmers-Dieleman. Wat de vraag oproept of dat is gebeurd omdat er zoals gebruikelijk bij Engelse titels weer haast was geboden bij het maken van de vertaling of omdat de twee stemmen zo ook twee vertaalstemmen kregen? De Nederlandse vertalers werkten eerder samen aan het door Coetzee herziene Van man tot man van Olive Schreiner dat in januari al bij Cossee verscheen.

Ook vertaler Robert-Jan Henkes heeft zo zijn ideeën over taal en vertalen en die heeft hij bijeengebracht in Vertalen wat er niet staat, een titel waarin naast een bekende uitspraak van Karel van het Reve en een titel van Arthur Langeveld Nijhoffs beroemde regel ‘Lees maar, er staat niet wat er staat’ lijkt mee te spelen. Of dat betekent dat Henkes aanschurkt tegen Nijhoffs ideeën over taal, poëzie en vertaling oordele de lezer zelf. Een van de eersten die het boek bespreekt, voor en na lezing, is de met de Nijhoffprijs bekroonde Ton Naaijkens op de site van Filter: https://www.tijdschrift-filter.nl/webfilter/recensies/2025/robbert-jan-henkes-vertalen-wat-er-niet-staat/
In de Vertalersgalerij verscheen deze maand een mooi portret van Jos Vos, de gelauwerde vertaler van Japanse klassieke teksten.
VertaalVerhaal kwam deze maand met vijf verhalen:
– De bedscène uit Mario Vargas Llosa’s Voor uw liefde – Arie van der Wal
– Van moord onder studenten tot de dood van een studie, Jan Fastenau in gesprek met Peter Verstegen
– Taal als aangewaaide rijkdom – Profiel van Marietje d’Hane-Scheltema, door Jacqueline Oskamp
– Vertalen in beeld – Rien Verhoef
– Dankwoord bij de aanvaarding van de Amy van Markenprijs 2025 – Janny Middelbeek-Oortgiesen


In september 2008 zette ik mijn handtekening onder het vertaalcontract voor André Brinks autobiografie, A Fork in the Road: naast mijn eigen handtekening stond de schaduwhandtekening van ongeveer honderd andere vertalers, die middels een korte verklaring hadden laten weten dat de vertaling aan mij moest worden gegund en niet aan een ander. Over deze kwestie verscheen in oktober 2009
Ver weg (Hachi Rachok Sjeïfsjar) door Alon Hilu, uit het Hebreeuws vertaald door Sylvie Hoyinck, uitgegeven door 
Op de Literaire Vertaaldagen ging het in 2012 over ‘De zichtbaarheid van de vertaler’. De lezingen van het Expertisecentrum Literair Vertalen en Michele Hutchison* focusten op online zichtbaarheid en het inzetten van een eigen blog of social media. Was dit jouw goede voornemen voor 2013 en heb je nog een duwtje in de rug en wat handige tips nodig? Taaldieren Anne, Anne Marie en Elsbeth geven tips en trekken je hopelijk over de streep.
Ruim 300 vertalers verzamelden zich vrijdag 14 en zaterdag 15 december in Amsterdam voor de veertiende jaargang van de Vertaaldagen, georganiseerd door het Vertalershuis met financiële steun van de Vereniging van Letterkundigen, het Expertisecentrum Literair Vertalen, het Vlaams Fonds voor de Letteren, het Nederlands Letterenfonds en het Lira Fonds (verbonden aan de stichting die de leenrechtvergoedingen beheert).
Like many Britons of my generation, I am virtually a monoglot. I was taught French at school but taught so badly that I had no confidence either in speaking or reading the language; essentially, it was taught to me as an extinct language, like Latin, and no acknowledgement was made of the fact that, within visible distance of our shoreline, millions of happy Frenchmen and women were chatting away.
For the past year I have had the good fortune to legitimately engross myself in what is to me the most compelling of novels, translating Hilary Mantel’s Bring up the Bodies, the sequel to 2009 Booker Prize Winner Wolf Hall. The most compelling novels do have a habit of providing ample scope for research, leading you on winding paths outside the pages of the book in order to know what exactly an author is alluding at and how to best convey it in the target language. And though a great deal can be found on the Internet, some particularities will remain obscure: No virtual tour will give you a clear view of roof constructions, palace kitchens, gates or stabling facilities. Which hardly ever presents problems; descriptions usually allow for general wordings. Bring up the Bodies, or rather its protagonist Cromwell, does not. By the time I started grumbling about the ‘preposterous lack of information on the Internet’, I thought it best to go over and have a look myself, and if possible, to discuss everything that still puzzled me about the text with Ms Mantel. So I (timidly but hopefully) applied to the Dutch Foundation of Literature for a travel grant, which met with generous approval.