Iedere vertaler heeft er wel eens mee te maken: intertekstualiteit. Een al dan niet expliciete verwijzing naar oudere teksten, vaak behorend tot de canon van de wereldliteratuur. Een interessant onderwerp, waar Cees Koster in het kader van de Master Literair Vertalen i.o. op 1 maart jl. een lezing over hield. Hij stelde twee vragen centraal: ‘Wat verstaan we onder intertekstualiteit?’ en ‘Hoe valt intertekstualiteit – als technisch vertaalprobleem – op te lossen?’
Allereerst probeert Koster vat te krijgen op het begrip ‘intertekstualiteit’. Er zijn volgens hem drie literaire genres die inherent intertekstueel zijn: de parodie als polemische imitatie van een tekst, de pastiche als stijlimitatie, én de vertaling als ‘nabootsing’ van de tekst in een andere taal. Al vraagt Koster zich wel af of je een vertaling als een apart genre kunt zien. Want een vertaling is zowel een substituut voor een andere tekst als een commentaar op/een interpretatie van een andere tekst.
Specifieke intertekstualiteit
Na deze constatering schetst hij hoe je intertekstualiteit vanuit verschillende invalshoeken kunt benaderen, namelijk als wezenskenmerk van literatuur (elk nieuw boek verwijst naar alle voorafgaande literatuur), als generieke intertekstualiteit (genreaanduidingen, plotstructuren enzovoort) en als derde als specifieke intertekstualiteit (binnen afzonderlijke teksten). Verder lezen Intertekstualiteit en vertalen

Af en toe kom je als vertaler voor onverwachte keuzes te staan. In On Balance, een boek met op psychoanalytische leest geschoeide essays, gaat auteur Adam Phillips in op enkele sprookjes. Dat ‘Cinderella’ in de vertaling ‘Assepoester’ moest worden leek me vanzelfsprekend. Maar wat doe je met het sprookje ‘Jack and the Beanstalk’? Natuurlijk is die bonenstaak met een tussen-n, al geeft Google ook nog heel wat treffers op ‘bonestaak’. Maar hoe heet die jongen bij ons?
De TARDIS (Time And Relative Dimensions In Space) is een fictieve tijdmachine in de Britse sciencefictionserie Doctor Who. Bij navraag onder collega’s bleek dat sommigen van hen niet alleen bekend zijn met de serie, maar dat je hen bijna kunt bestempelen als aficionado’s. In Groot-Brittannië woonachtige collega’s vertelden er meteen bij dat er bij hen in de buurt zelfs een TARDIS staat. Daarentegen hadden andere collega’s er nog nooit van gehoord.
Behalve als vertaalster werk ik in deeltijd bij het Sociaal en Cultureel Planbureau. Het SCP laat zijn publicaties regelmatig in het Engels vertalen, wat al sinds ruim twintig jaar meestal gedaan wordt door de Engelsman Julian Ross. Op 4 november 2010 bezocht Julian het SCP en vertelde hij de medewerkers van het bureau over zijn ervaringen met vertalen in het algemeen en met vertalen voor het SCP in het bijzonder. Ik was natuurlijk heel nieuwsgierig en had me meteen voor deze bijeenkomst aangemeld. Julian had een boeiend, humoristisch verhaal, vol anekdotes en leerzame voorbeelden.
Timothy Snyder, Bloedlanden, vertaald door Patty Adelaar en Ton Heuvelmans, uitgegeven bij
Als je boeken vertaalt, kom je soms voor onverwachte beslissingen te staan. Het afgelopen jaar vertaalde ik (samen met collega’s) twee boeken waar ijskasten in voorkwamen. In het ene hebben we het woord ‘ijskast’ gebruikt en in het andere ‘koelkast’.
Eerder verscheen op deze site