Het weeshuis van Franck Thilliez, vertaald door Richard Kwakkel en uitgegeven bij Sijthoff (oorspronkelijke titel: Syndrome [E])
De schrijver
Franck Thilliez, net als collega-thrillerauteurs Jean-Christophe Grangé en Maxime Chatham* wel de ‘Stephen King français’ genoemd, schreef een tweeluik over de bron van het Kwaad. Het weeshuis is het eerste luik. Aan luik twee, Gataca, werk ik als ik geen blogstukjes over luik één schrijf. De twee boeken vormen elk een afgesloten geheel en kunnen los van elkaar worden gelezen: je kunt deel twee lezen zonder deel een te hebben gelezen (maar, eh, tussen jullie en mij gezegd en gezwegen: ik zou ze gewoon allebei lezen, in de goede volgorde).
Iedere thrillerliefhebber moet Thilliez hebben gelezen, al is het maar één keer in zijn leven. Als een renaissancemeester schildert hij landschappen en personages, in al hun psychologische complexiteit. Hij geeft het begrip ‘luguber’ nieuwe, onvermoede dimensies. Angst en spanning mogen de lezer niet loslaten, dat is het doel dat Thilliez bij elke pagina nastreeft. Lees er meer over in het interview dat ik met hem had. Verder lezen Net uit: Het weeshuis – interview met Franck Thilliez

Bloedband door P.L. Gaus, vertaald door Nellie Keukelaar-van Rijsbergen en uitgegeven bij Barnabas (oorspronkelijke titel: Blood of the Prodigal). Bloedband is het eerste deel van een zesdelige detectiveserie.
Offersteen van Elly Griffiths, vertaald door Els Franci en verschenen bij
Norbert Vonnegut, Goud geld, vertaald door Gert-Jan Kramer, verschenen bij
Het einde van pi van Franck Thilliez, vertaald door Richard Kwakkel en uitgegeven bij
Dodencirkel van Elly Griffiths, vertaald door Els Franci en uitgegeven bij 
Het verbrande huis door Faye Kellerman, vertaald door Els Franci (oorspronkelijke titel: The Burnt House), uitgeverij 
Een tijd geleden heb ik een merkwaardig boek van de Zweedse schrijver Håkan Nesser gelezen. Håkan Nesser schrijft meestal psychologische thrillers over nogal ongewone onderwerpen. Ze zijn goed geschreven en lekker spannend. Veel van zijn boeken spelen zich af in een niet nader aangeduid West-Europees land, een soort mengeling van Scandinavië, Duitsland, Nederland, België en een Baltisch land. Het verhaal dat ik las – het eerste in de verhalenbundel Barins Triangel – leek zich in eerste instantie af te spelen in Nederland. De hoofdpersoon reist naar een grote stad, A. In de stad liggen straten met namen als Kalverstraat, Ferdinand Bolstraat en Van Baerlestraat. Er is een Vondelpark, een Concertgebouw, een Leidseplein. De Nederlandse lezer zou zich er meteeen thuis moeten voelen. Toch bekroop mij bij lezing geleidelijk aan een gevoel van vervreemding. Bestaat er in de stad A. wel een plein met de naam Prohaskaplein? En de Greijpstraa-buurt – waar zou die liggen? Het tweede concertgebouw in de stad, De Nieuwe Halle… wie heeft daar ooit van gehoord?