De forellenopera door Matthew Condon, oorspronkelijke titel The Trout Opera, vertaald door Wim Scherpenisse en Gerda Baardman en uitgegeven door Nieuw Amsterdam in samenwerking met Ailantus.
Toen we dit boek voor het eerst opensloegen, werden we meteen gegrepen door het begin. Twee oudere Australische rechters hebben de hele dag met kunstvliegen op forellen gevist, zitten nu op het terras van het enige hotel in de wijde omtrek en zien een bovenmaatse forel over de brug schuifelen. Ze begrijpen dat daar een kind in moet zitten. En dat klopt: het is het jongetje dat de hoofdrol zal spelen in het grote kerstspel van de dorpsschool. De brug waar hij overheen loopt, overspant de grote, kolkende rivier die door het dorp stroomt en waarin forellen zwemmen die als eitjes uit Engeland zijn geïmporteerd. Het jongetje in de bordkartonnen forel is hun koning. Misschien wordt het dorp de nieuwe hoofdstad van Australië, daar zijn de autoriteiten nog niet helemaal uit. We schrijven 1906. Verder lezen Net uit: De forellenopera

Hoe denk je als een vleermuis, 35 echt interessante toepassingen van filosofie door Peter Cave, vertaald door Huub Stegeman en uitgegeven bij
Het Barbiehuis, van Ascanio Celestini, vertaald door Charlotte Koopmans en Marjo Stam, uitgegeven door
Aan het woord is Riet de Jong-Goossens, vertaler van Zuid-Afrikaanse literatuur en winnaar van de Martinus Nijhoffprijs 2010. Zij is door de Radbouduniversiteit in Nijmegen uitgenodigd voor een seminar over het thema ‘Vertalen is verraden?’ Startpunt daarvoor is De Sneeuwslaper, het jongste boek van de auteur Marlene van Niekerk, die zelf ook aanwezig is. Na een literair-filosofische inleiding op het boek door Paul van Tongeren, hoogleraar Wijsgerige Ethiek, vertellen de schrijfster en haar vaste vertaler ons iets over hun samenwerking.
Als je boeken vertaalt, kom je soms voor onverwachte beslissingen te staan. Het afgelopen jaar vertaalde ik (samen met collega’s) twee boeken waar ijskasten in voorkwamen. In het ene hebben we het woord ‘ijskast’ gebruikt en in het andere ‘koelkast’.
Aldus de vertaling van een gospelachtige countrysong die de Ierse auteur Joseph O’Connor ooit op de Amerikaanse autoradio hoorde en aanhaalt in zijn (niet in het Nederlands vertaalde) non-fictiewerk Sweet Liberty. De song was onderdeel van een fragment dat door de deelnemers Engels aan de ICLV collectief moest worden vertaald. De bijeenkomst waarop alle drie de collectieve vertalingen werden voorgelezen, vormde het sluitstuk van de cursus en was – zoveel zal duidelijk zijn – bij vlagen hilarisch. Zo leuk kan vertalen zijn, en tot zulke creatieve hoogten kunnen vertalers (in dit geval Kitty Pouwels) stijgen als ze een week worden ondergedompeld in de vertaalsnelkookpan die ICLV heet.
Australië, 1965. Charlie Bucktin, een brave, onzekere jongen van dertien jaar, kan op een warme zomernacht niet slapen en ligt te lezen in Pudd’nhead Wilson. Dan wordt er plotseling op zijn slaapkamerraam gebonsd. Het is Jasper Jones, veertien jaar, half Aboriginal, het zwarte schaap van het dorp. Hij heeft iets vreselijks meegemaakt en roept de hulp in van Charlie, die hij eigenlijk niet kent, maar achter wiens slaapkamerraam nog licht brandt.
