Niemand in de boekenbranche zit te wachten op een verhoging van de BTW van 9 naar 21 procent. Ook vertalers niet. Dus is het logisch dat die daartegen in het geweer komen. Maar het gaat hier bepaald niet alleen om het eigenbelang van mensen uit de boekenwereld. Geen enkele lezer zal staan juichen bij een substantiële prijsverhoging. En hoe duurder het wordt om kranten en boeken te lezen, hoe minder mensen ze zullen lezen. Juist de bronnen die de mogelijkheid geven om goed, feitelijk geïnformeerd te worden en een zaak van meerdere kanten te bekijken en er genuanceerd over na te denken, dreigen beperkt te worden in hun bereik. En dat is misschien koren op de molen van een radicaal rechtse regering, maar het gaat in tegen het algemeen belang, het belang van de Nederlander waarmee die politici zo graag schermen.

Dus onderteken de petitie tegen de verhoging van de BTW op kranten en boeken. En in de theater- en kunstenwereld dreigt hetzelfde te gebeuren. Ook de petitie die dat wil voorkomen kun je natuurlijk ondertekenen.


Ver weg (Hachi Rachok Sjeïfsjar) door Alon Hilu, uit het Hebreeuws vertaald door Sylvie Hoyinck, uitgegeven door
Als hondenliefhebber kreeg ik een Amerikaans boek in handen gestopt van iemand die professioneel met honden werkt. ‘Hier’, zei ze, ‘Leuk boek, moet je lezen.’ Al lezende werd ik steeds enthousiaster en ik vond het jammer dat het boek hier niet voor een breder publiek (lees: in het Nederlands) verkrijgbaar was. Omdat ik zelf vertaler ben, besloot ik uitgevers te bellen om ze er warm voor te krijgen. Helaas zonder succes.
Al voordat ik aan de Vertalersvakschool was begonnen, wist ik wat ik uiteindelijk als eindvertaling wilde inleveren: een fragment uit The Manual of Detection van Jedediah Berry. Sinds dat boek toevallig op mijn pad kwam toen ik in 2007 tijdelijk iemand bij een uitgeverij verving, kon ik er niet over uit dat geen enkele uitgeverij in Nederland het wilde of durfde uitgeven. En dat terwijl ik zo vaak (als persklaarmaker) boeken onder ogen krijg waarvan ik denk: voor wie, waarom, waartoe? Het paste niet in het fonds van de uitgeverij waar ik zat, maar waarom hapte geen enkele andere Nederlandse uitgever toe? Andere landen zagen het wel zitten: in Portugal, Duitsland, Frankrijk, Italie, Spanje, Turkije, Rusland en Japan verschenen vertalingen. Maar in Nederland bleef het stil. 
For the past year I have had the good fortune to legitimately engross myself in what is to me the most compelling of novels, translating Hilary Mantel’s Bring up the Bodies, the sequel to 2009 Booker Prize Winner Wolf Hall. The most compelling novels do have a habit of providing ample scope for research, leading you on winding paths outside the pages of the book in order to know what exactly an author is alluding at and how to best convey it in the target language. And though a great deal can be found on the Internet, some particularities will remain obscure: No virtual tour will give you a clear view of roof constructions, palace kitchens, gates or stabling facilities. Which hardly ever presents problems; descriptions usually allow for general wordings. Bring up the Bodies, or rather its protagonist Cromwell, does not. By the time I started grumbling about the ‘preposterous lack of information on the Internet’, I thought it best to go over and have a look myself, and if possible, to discuss everything that still puzzled me about the text with Ms Mantel. So I (timidly but hopefully) applied to the Dutch Foundation of Literature for a travel grant, which met with generous approval.
Onlangs heb ik samen met Etienne van Heerden opgetreden voor masterstudenten in Utrecht, naar aanleiding van zijn boek 30 Nachten in Amsterdam. Etienne van Heerden vertelde bij deze gelegenheid over het schrijven van de roman, over zijn samenwerking met de Engelse vertaler en over zijn ambivalente houding ten opzichte van vertalingen: ‘Het is hetzelfde gevoel als wanneer je dochter met een vriendje thuiskomt. Afblijven, denk je, al weet je in je hart dat het onvermijdelijk is, dat het allemaal goed kan komen en dat het misschien een hele aardige jongen is.’