Een van de leukste boeken die ik ooit heb vertaald is M.O.U.S.E. van Penny Dolan, een spannende Dickensiaanse jeugdroman voor kinderen vanaf een jaar of tien. Zo’n fijn dik boek waar je stiekem ’s avonds onder de dekens met een zaklantaarn in verder vertaalt. Het verhaal speelt halverwege de negentiende eeuw in Engeland en zit vol romantiek: een klein jongetje, een kasteel, een schatrijke grootvader, ouders die als plantkundigen de wereld afreizen en schipbreuk lijden (en uiteraard worden gered), een gemene, goklustige oom die uit is op het familiekapitaal, twee nog gemenere handlangers, een akelige kostschool, honger, pesterijen, een ontsnapping, een mysterieuze landloper, een poppenspeler, een klokkenmaker, de grote stad Londen (met overal graafwerkzaamheden door de aanleg van de ondergrondse), twee kostuumnaaisters van een groot theater, een Shakespeare-acteur à la Willem Royaards, een Midzomernachtsdroom, spanning en sensatie, en alles loopt goed af, behalve natuurlijk voor de slechteriken. Misschien doet deze korte samenvatting vermoeden dat het boek van clichés aan elkaar hangt, maar dat is beslist niet het geval: het verhaal zit heel goed in elkaar en alle personages spelen een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de hoofdpersoon. Ook de historische achtergrond is erg knap geschetst.
What’s in a name
Omdat de personages bijna allemaal een naam dragen met een betekenis of associatie die de jonge Nederlandse lezers zou kunnen ontgaan, moest ik ook de namen vertalen. Dat was een heel gepuzzel, maar het was erg leuk om te doen, vooral omdat de personages daardoor wat vertrouwder voor me werden – het was alsof ik ze een beetje mee had helpen scheppen door een Nederlandse naam voor ze te verzinnen. Verder lezen M.U.I.S. in Nederland, of: What’s in a name

Australië, 1965. Charlie Bucktin, een brave, onzekere jongen van dertien jaar, kan op een warme zomernacht niet slapen en ligt te lezen in Pudd’nhead Wilson. Dan wordt er plotseling op zijn slaapkamerraam gebonsd. Het is Jasper Jones, veertien jaar, half Aboriginal, het zwarte schaap van het dorp. Hij heeft iets vreselijks meegemaakt en roept de hulp in van Charlie, die hij eigenlijk niet kent, maar achter wiens slaapkamerraam nog licht brandt.
Veeg de trommelstokken met absorberende keuken document af. Snijd een klein kruis in de huiden van elke tomaat, dan duik in een kom kokend water. Verlof 30 seconden. Dien onmiddellijk!
Marina Lewycka, dochter van Oekraïense ouders, werd tijdens de Tweede Wereldoorlog geboren in een vluchtelingenkamp in Kiel. Ze groeide op in Engeland en debuteerde twee jaar geleden, op haar 58ste, met Een korte geschiedenis van de tractor in Oekraïne, een boek dat niet, of nauwelijks, over tractors gaat (hoewel het aanvankelijk in veel boekhandels op de afdeling agrarische voertuigen schijnt te hebben gestaan). Het manuscript werd 36 keer afgewezen voordat het eindelijk door Penguin werd uitgegeven; in Engeland zijn er inmiddels 800.000 exemplaren van verkocht en het boek is vertaald in 29 talen.