Vertalers aan het woord – winter 2026

In de Vertalersgalerij verscheen een nieuw portret, van de zeer muzikale Roel Schuyt, die uit een hele rits talen vertaalt: het Albanees, Servo-Kroatisch, Macedonisch, Sloveens, Russisch, Bulgaars en Wit-Russisch.

Op Filters Vrijdag Vertaaldag zijn vijf stukken verschenen:

En er verschenen op Vertaalverhaal tien nieuwe stukken:

  • De eerste zin van Sunzi: De kunst van het oorlogvoeren — Mark Leenhouts
  • Stripvertalers: Iedere vertaling moet passen — Maarten Dessing
  • Zo moeilijk als Ali Smith is, zo gemakkelijk is Rushdie — Karina van Santen en Martine Vosmaer
  • Dankwoord bij de aanvaarding van de Aleida Schot Prijs (1993) — Reina Dokter
  • Vreemdeling in de taal — Emilia Menkveld
  • Over de eerste zin van Belegerde vesting van Qian Zhongshu — Mark Leenhouts
  • Ik ging naar Seoel om wereldkampioen te worden — Mattho Mandersloot
  • Dankwoord bij de aanvaarding van de Aleida Schot Prijs (1989) — Lourens Reedijk
  • Schrijft AI momenteel een kroniek van een aangekondigde dood: die van de schrijver? — Frank Westerman
  • Over taal en identiteit in Alana S. Portero’s Slechte gewoontes — Annet van der Heijden en Alyssia Sebes
  • Deze winter zag ook Eindeloos vertier het licht, Robbert-Jan Henkes’ vertaling van David Foster Wallaces zeer kloeke Infinite Jest uit 1996. Dat trok veel aandacht en die richtte zich logischerwijs ook op de vertaler, zoals in een groot stuk van Nina Polak in de Volkskrant over de totstandkoming van de Nederlandse uitgave: David Foster Wallace’ lijfboek van een gekooide generatie is 30 jaar na dato nog steeds belangrijk om te lezen. En in een interview met Isa Davids van de NRC: Vertaler Robbert-Jan Henkes: ‘Het was ontzettend prettig om me alleen op de tekst te kunnen richten’.

    Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *