In het bulletin van de Vereniging van Letterkundigen (VvL) verschijnt onder de titel De zichtbare vertaler een serie columns van Martin de Haan. In zijn laatste bijdrage* houdt hij een warm pleidooi voor aansluiting van niet-literaire vertalers bij de VvL of de koepelvereniging VSenV. Met toestemming van Martin en de VvL plaatsen we die bijdrage, omdat die ook interessant is voor boekvertalers die het bulletin níet krijgen. Ten overvloede wijzen we erop dat Martin hier zijn eigen standpunt uiteenzet en niet als woordvoerder van de VvL optreedt.
De zichtbare vertaler 10: Boekvertalers
door Martin de Haan
In mijn bijdrage aan het allereerste nummer van VvL.nu (najaar 2006) stelde ik een fundamentele vraag: wat bezielt ons om als literaire schrijvers en vertalers samen in één club te gaan zitten, in plaats van aansluiting te zoeken bij onze respectieve niet-literaire vakgenoten? Lees verder »

Getuige het CEATL-onderzoek is Portugal het EU-land waar het verschil tussen werkelijk betaald minimum (€ 9 voor 1800 aanslagen) en aanbevolen minimumtarief (€ 18) zowel absoluut (€ 9) als procentueel (100 %) het grootst is. En waarschijnlijk is dat verschil ook het minst realistisch, want in werkelijkheid ligt het betaalde minimum aanzienlijk lager (bij veel uitgeverijen € 6) en is het aanbevolen minimumtarief in feite eveneens het werkelijk betaalde maximumtarief.
‘American in Paris’ Lauren Elkin interviewt op haar
Sprong ik al een gat in de lucht toen ik hoorde dat mijn boek Blankow in Duitsland uitgegeven zou worden, helemaal verguld was ik toen Waltraud Hüsmert het zou gaan vertalen. Ze had in 2004 de Martinus Nijhoffprijs gewonnen en ik beschouwde het als een hele eer. Als kersverse literair vertaler uit het Duits is het voor mij ook nog eens heel leerzaam om van zo nabij een meester in het vak aan het werk te zien.
Meestal ontstaat de titel pas na het boek. Eerst schrijft een auteur een verhaal en dan bedenkt hij of zij op basis daarvan een passende titel. Die hoeft de vertaler alleen maar te vertalen en klaar is Kees.
Wie regelmatig de stukjes op dit blog leest die verschijnen in de rubriek Net Uit, zou gemakkelijk tot de conclusie kunnen komen dat boekvertalers uitsluitend interessante, goed geschreven boeken onder handen krijgen, zij het met problemen op vertaalgebied. Boekvertalers doen hun best de stijl van de auteur zo goed mogelijk in een andere taal tot zijn recht te laten komen, ze peinzen lang over dat ene woord dat de auteur zo kundig daar heeft gebruikt en niet op een andere plek. Ze gaan helemaal op in het boeiende verhaal en leven mee met alle personages die zo goed uit de verf komen. Wanneer ze de vertaalde tekst opsturen, is het alsof ze afscheid nemen van een goede vriend.
Dus wat doet de uitgever die het brood niet uit zijn mond gestoten wil zien? Hij zet een aantal vertalers op het boek. De een doet de eerste paar hoofdstukken, de volgende vertaalt ook een pluk, nummer drie, die weinig tijd heeft, neemt een hoofdstuk of twee voor zijn rekening en nummer vier en vijf verdelen de rest. Nummer drie, die op korte termijn met een andere vertaling moet beginnen, vangt onmiddellijk aan zijn deel te vertalen. Nee, tijd om de voorgaande gedeelten te lezen is er niet, dus heeft hij geen flauw benul van wat er voorheen is gebeurd, of welke personages een rol spelen en wat hen bezielt. Ondertussen is nummer een nog bezig met iets anders waar haast bij is, en begint pas aan de meermansvertaling wanneer nummer drie zijn portie allang klaar heeft.
Recente reacties