De Veertiende Literaire Vertaaldagen (2012)

Vertaaldagen 2012Ruim 300 vertalers verzamelden zich vrijdag 14 en zaterdag 15 december in Amsterdam voor de veertiende jaargang van de Vertaaldagen, georganiseerd door het Vertalershuis met financiële steun van de Vereniging van Letterkundigen, het Expertisecentrum Literair Vertalen, het Vlaams Fonds voor de Letteren, het Nederlands Letterenfonds en het Lira Fonds (verbonden aan de stichting die de leenrechtvergoedingen beheert).

Deze sfeertekening is een persoonlijke terugblik op het symposium in De Rode Hoed in Amsterdam dat op de eerste dag werd gehouden rond het thema ‘Zichtbaarheid van de Vertaler’. De tweede dag was, als altijd, gereserveerd voor de vertaal-workshops.

‘Schaduwkunstenaars of schijnwerper?’
Tijdens het symposium lag de nadruk op de vraag wat vertalers kunnen bereiken met actieve deelname aan de nieuwe media: bloggen, Facebook, Twitter – maken we onszelf en ons vak daardoor ‘zichtbaarder’? Bij de discussies ontstond vrijwel meteen verwarring over de definitie van die ‘zichtbaarheid’. Gaat het om de vertaalopvatting van de vertaler, zichtbaar in het boek zelf, of om persoonlijke bekendheid van de beroepsbeoefenaar als uitdrager van zijn vak? Wie, of wat, wordt er al dan niet zichtbaar via de sociale media? Krijgen lezers daardoor meer inzicht in het werk dat we verrichten? Krijgen we daardoor meer respect van uitgevers in de zin dat het onze positie versterkt? Die bedoelde invulling van het begrip ‘zichtbaarheid’ is naar mijn gevoel vooral: naamsbekendheid en waardering, en zoals uit de zaal werd aangedragen: begrip van wat het werk eigenlijk inhoudt.

Naamsbekendheid en waardering
Een eenduidig antwoord kwam er niet op die vragen. Ook al omdat er, zeker bij de paneldiscussies en vragen uit de zaal, veel vakgerelateerde zijpaden werden bewandeld: zoals altijd deed het afleidende thema ‘vertalen wat er staat’ weer andere discussiestof opwaaien.

Er is geen vertaler die zich niet ergert aan recensies, websites van uitgeverijen, tv- en radioprogramma’s en promoties in kranten waarbij de naam van de vertaler onder het mom van ruimte- of tijdgebrek domweg niet wordt genoemd, of, erger nog: ‘gewoon’ wordt vergeten. Symptomen van onbegrip voor de aard van ons werk, op zijn zachtst gezegd bedroevend voor de uitvoerende ‘schaduwkunstenaars’ zonder wie de oorspronkelijke auteur geen stem in ons taalgebied zou hebben. Dat vertalers minimaal in het colofon van het boek en liefst op de titelpagina worden vermeld, is een onbetwiste wens waaraan alle zichzelf en hun vertalers respecterende uitgevers voldoen.

Vertaaldagen 2012 01De discussie tussen Martin de Haan en Rien Verhoef spitste zich toe op de vraag of naamsbekendheid zover moet gaan dat vertalers net als de oorspronkelijke auteurs op het omslag van een boek moeten worden genoemd. De eerste was daar een voorstander van, de tweede niet. Door groene of rode kaarten op te steken kon de zaal zich over dit vraagstuk uitspreken. De meerderheid aan groene kaarten was overweldigend: vrijwel iedereen wil op het omslag worden genoemd. Zelf stak ik een rode kaart op. Ja, de vertaler is in de nieuwe taal coauteur die dan ook het auteursrecht op de Nederlandse uitgave heeft. Maar is het voor lezers een extra aanbeveling wie een boek van elders, dat hij lezen wil, heeft vertaald? Die lezer heeft geen keus: naast een Almond vertaald door Annelies Jorna ligt niet hetzelfde boek van Almond vertaald door – bijvoorbeeld – Roswitha Pennewip, van wie de lezer toevallig weet dat zij een veel leukere vertaler is. En stel dat we die omslagvermelding bereiken, is dan de volgende stap dat er een foto van de vertaler op het achterplat komt, naast die van de oorspronkelijke auteur? En zouden die auteurs zo’n ontwikkeling toejuichen?

Zichtbaarheidsactiviteiten
Zonder gekheid, natuurlijk is er een rol weggelegd voor vertalers zelf om het imago van ons vak kleur te geven en zo onze culturele en economische positie te versterken. Maar hoe doe je dat? De meeste vertalers zitten liever onzichtbaar in hun werkkamer prachtwerk af te leveren. Samen optrekken kan de nodige moed geven om naar buiten te treden. Het Nederlands Letterenfonds en de Verening van Letterkundigen hebben dan ook zichtbaarheidsinitiatieven ontplooid als de jaarlijkse Vertalersgeluktournee en de Vertaalslag. Noemenswaard zijn ook stichtingen als Vertaalverhaal.nl, een initiatief van de VertalersVakschool, waar vertalers vertellen over hun werk, en schwob.nl, over niet-vertaalde boeken uit alle windstreken.

Ter verdere inspiratie een feit dat onderbelicht bleef op het symposium: zowel literaire als niet-literaire vertalers in alle genres hebben zich verenigd op dit weblog Boekvertalers, waaraan iedereen, vanuit de veilige werkkamer, kan bijdragen. De vertalende leden timmeren bovendien gezamenlijk en individueel ‘in het wild’ aan de weg door het lezerspubliek bij hun werk te betrekken tijdens bijvoorbeeld Manuscripta, bij een vertaalmanifestatie in de Openbare Bibliotheek Amsterdam en door het werk van de Commissie Naamsvermelding. De sociale media zijn daarbij het middel om publiciteit te geven aan zulke acties, en alleen al daardoor werpen diezelfde media hun vruchten af.

Gelijkgestemden
Na de opwekkende presentaties van Gea Schelhaas en Michele Hutchison over vertalers in de sociale media, bleken veel panelleden in de discussies niet erg warm te lopen voor hun zichtbaarheid daar. Meer vuurwerk was welkom geweest door tegenovergestelde meningen aan elkaar te toetsen. Misschien kwam het doordat veel sprekers gevestigde, zeker in vakkringen bekende literaire vertalers van grote auteurs zijn, die sowieso al hun sporen hebben verdiend. Tijdens zo’n podiumgesprek tussen vooral gelijkgestemden merkte een panellid op dat volgens haar niemand een boek aanschafte omdat het op Facebook stond; uit eigen ervaring was ik het daar niet mee eens. Vertalers, uitgevers en schrijvers in mijn netwerk die daar hun nieuwe uitgaven etaleren, wekken juist wel mijn nieuwsgierigheid. Vaak geef ik daar gevolg aan door zo’n werk aan te schaffen of ernaar te vragen in de bieb. Die reactie zie ik ook bij niet-vertalende Facebookers.

Voor mezelf is dat ‘sociale medium’ dan ook een nuttige, voor een thuiswerker vaak aangenaam snelle manier om bij te blijven met wat er gebeurt bij uitgeverijen, collega-vertalers en schrijvers. En passant pik ik ook ander nieuws mee. Het is contacthouden met allerlei ontwikkelingen en het belang daarvan voor de rol die we daar zelf in (kunnen) spelen.

Nog één keer ‘vertalen wat er staat’
Het officiële gedeelte van deze geanimeerde dag vol reallife-ontmoetingen eindigde met de uitreiking van de Vertaalprijzen 2012 van het Letterenfonds. David Colmer (Nederlands-Engels), Mark Leenhouts (Chinees-Nederlands) en Mark Wildschut (Duits-Nederlands, met name filosofie) traden voor het voetlicht en kregen welverdiend een warm applaus.

Als opmaat naar de zaterdag met workshops, waarbij vertalers zich langdurig discussiërend over een en dezelfde alinea buigen, vond ik een zin uit het proefschrift van de gelauwerde Mark Leenhouts treffend: ‘Vertalen wat er staat is een onbruikbaar vertaalprincipe: elke vertaler ziet iets anders staan’.

Onbekommerd
Tot slot van het symposium gaf Peter Bergsma het sein om ‘onbekommerd aan de drank’ te gaan. Bij de borrel bleken er bij de veelsoortige en veelzijdige bewoners van het vaak stille Vertaalland nog minstens zoveel vragen te zijn als er antwoorden waren gegeven. Wat mij betreft: onbekommerd tot ziens op Facebook!

De foto’s bij dit artikel zijn van Keke Keukelaar (boven) en Hannie van Herk (onder). Een foto-impressie van de Literaire Vertaaldagen staat op de Facebookpagina van het Nederlands Letterenfonds.

Tags: , ,

  1. Dat heb je mooi en snel verwoord Annelies, dank!

  2. Wat een goed geschreven en verhelderend verslag, bedankt!
    Van mij hoeft de naam van de vertaler ook niet op het omslag vermeld te worden, maar het zou wel fantastisch zijn als er meer oog en waardering voor ons vak kwam.

  3. Heel mooi artikel, Annelies! Zichtbaarheid is een middel tot… allereerst tot bewustmaking, zou ik zeggen. Bewustmaking van het bestaan van het vak boekvertalen an sich, van de haken en ogen aan het vertaalproces, maar ook van de noodzaak om het werk van een boekvertaler een billijke invulling, beloning en positie te geven. Zichtbaarheid en bewustmaking – bij publiek enerzijds en opdrachtgevers anderzijds – versterken de positie van boekvertalers naar beide zijden. Geldt voor meer takken van (onderbelichte) sport ;-).

    Overigens vind ik een vertalersnaam op het omslag een ronduit potsierlijke notie die zijn doel voorbijschiet, tenslotte is de creatieve prestatie van een boekvertaler beperkt: zonder auteur zou het hele boek er niet zijn, in geen enkele taal. Zonder vertaler bestaat het boek nog steeds.

  4. Ik vraag me ook af of het vermelden van de vertaler op de kaft geen symbooldiscussie dreigt te worden. Natuurlijk begrijp ik het pleidooi voor meer waardering voor vertalers wel, maar komt het er voor de meesten van ons niet vooral op aan om voldoende vertaalopdrachten te krijgen en dan nog liefst van het soort waar je zelf de voorkeur aan geeft? Ik maak me vooral zorgen over de crisis in het boekenvak en het teruglopende aantal vertalingen. Wat hebben we eraan dat onze namen op die omslagen staan als er geen werk meer is?

  5. Ja, het was een mooie dag; dank voor dit verslag, Annelies.

    Toch nog even een korte reactie op de naamsvermeldingskwestie. Juist omdat de vertaler elk woord moet kiezen en elke zin opnieuw in elkaar moet timmeren, is er sprake van een creatieve prestatie en dus van auteursrecht. Dat betekent ook meteen (zoals in de zaal al werd betoogd) een extra keuzecriterium voor de lezer: die kan een boek kiezen of vermijden omdat hij goede of slechte ervaringen met een bepaalde vertaler heeft. De uitgemolken vergelijking met muziekuitvoeringen lijkt me hier wel juist: ook als er maar één opname van een stuk bestaat, vinden we het toch ronduit billijk dat de naam van de uitvoerder wordt vermeld; wat allerminst betekent dat die uitvoerder belangrijker is dan de muziek.

    Overigens hebben de 32 vertalersverenigingen die zijn aangesloten bij de CEATL eind vorig jaar unaniem een setje van Zes geboden (voor ‘fair play’ in de omgang met boekvertalingen en boekvertalers) aangenomen, waarvan het laatste luidt: “Als auteur van de vertaling wordt de vertaler overal genoemd waar de oorspronkelijke auteur wordt genoemd.” Dus ook op het omslag (en in catalogi, reclame-uitingen, recensies etc.).

    (@ G Marne: ja, natuurlijk is het een symbooldiscussie – maar symbolen hebben ook een bepaald effect in de werkelijke wereld. Moet je het ene probleem ontkennen omdat er toevallig ook een ander probleem is?)

  6. Dankjewel, Annelies. Wat betreft de omslagdiscussie ben ik het helemaal met Martin eens. Het is historisch zo gegroeid dat uitvoerende musici met grotere letters vermeld worden op concertaankondigingen en cd’s dan de componist, terwijl vertalers niet of ergens weggemoffeld worden genoemd. Oké, de pianist met zijn wapperende haar op het podium spreekt meer tot de verbeelding dan de ongeziene vertaler achter zijn bureau, maar wat betreft artistieke inbreng is het vergelijkbaar, dus een situatie andersom had ook best gekund. Ik vind het valse bescheidenheid als we berusten in die positie. En het argument dat niemand het boek zal kopen omdat er Annelies Jorna of Martin de Haan of Mari Alföldy op staat leidt tot een cirkelredenering: ze kennen de namen niet omdat ze altijd verstopt in de colofoon staan. Als iemand vijf of zes boeken heeft gekocht met dezelfde naam op de kaft, dan zal de zesde keer misschien wel een belletje rinkelen. En het zal wel een tijd duren, maar als er een cultuur ontstaat van waardering voor de vertaler, kan de naam van de vertaler op een gegeven moment ook een waarmerk zijn. Dat schept natuurlijk wel verplichtingen…

  7. Bij deze voeg ik me bij het koor van loftuiters voor je mooie verslag, Annelies!
    Wat de vertalersnaam op de cover betreft: het is natuurlijk wel zo dat dit de zichtbaarheid bevordert en lezers er duidelijker dan wat ook op wijst dat boeken zichzelf niet vertalen, just doordat het bij ieder vertaald boek weer opnieuw gebeurt. Tegelijkertijd vraag ik me af of het bij ieder boek evenzeer op z’n plaats is. Niet alle boeken vergen evenveel creativiteit van de vertaler. Tussen Cloud Atlas (om maar iets te noemen) en een doorsnee-thriller ligt een wereld van vertaalverschil. En als ik het voor het kiezen zou hebben, heb ik liever een cent meer per woord en ruime deadlines dan mijn naam op het omslag. Zoals G. Marne zegt: de crisis in he boekenvak is op dit moment belangrijker.

  8. Dank Annelies voor je brave verslag van het Symposium.
    Ik heb wat noten te kraken over het gedeelte na de pauze. Lees ik daar over ‘een opwekkende presentatie van Michele Hutchison’? Durft dan niemand hardop te zeggen dat deze voordracht een ramp was? Gekluisterd aan de tekst, veel te snel gesproken in een niet-moedertaal-Nederlands, oninteressant en afgeraffeld. Ieder die haar kent (de organisatie dus) had haar erop moeten wijzen om langzaam en duidelijk te articuleren. Het was een ‘crime’ dit te moeten volgen.
    Daarna kwam het gesprek onder leiding van Pieter Steinz. De dames en die ene ‘Vonck’ stelden zich bedeesd en onvoldoende voor. Het thema kwam niet uit de verf. Alles was trouwens voor de pauze al gezegd. Ik zal toch niet de enige zijn die aan dit soort gedachtenwisselingen nauwelijks iets nieuws beleeft. Een langdradige herhaling van zetten.
    Dit moet anders. Een van de organisatoren vroeg mij na afloop wat ik ervan gevonden had, en ik vertelde haar het bovenstaande.

    Voorstel: kort de dag in. Begin niet om 10 uur (te vroeg voor velen), maar om 11 uur. Beperk de behandeling van het gekozen thema tot 1 uur (13 uur), waarna pauze tot 2 uur. Daarna tot half 3 een liefst visuele invulling.
    Om half 3 de prijsuitreiking, die tot ongeveer 3 uur in beslag neemt. Vervolgens tweemaal een halfuur, in te vullen in overleg met de prijswinnaars die ofwel vrouws/mans genoeg zijn om dit halfuur zelf te vullen met verslag van vertaalcarrière en het voorlezen van enkele boeiende fragmenten, dan wel dit mede door anderen te laten doen. Inmiddels is het 4 uur en slot, waarna borrel tot 6 uur.
    Is dit opbouwend of niet?

    Samenvatting:
    11 – 1 behandeling van het thema met inleidingen en discussie
    1- 2 pauze
    2 – 2.30 liefst film/tv/video; anders voortzetting van het thema
    2.30 – 3 prijsuitreiking (juryverslagen en dankwoorden)
    3 – 3.30 halfuur voor laureaat fictie
    3.30 – 4 halfuur voor laureaat non-fictie
    4 – 6 borrel

  9. Paul, ik vond het inhoudelijk ook een eerder mislukte dag (de symposiumdag, niet de workshop), maar dat Michelle het nu bijna in haar eentje moet ontgelden lijkt me erg overdreven.

    Misschien is het nog opbouwender als je je kritiek in het vervolg wat minder op de man speelt? Was het zonder de voordracht van Michelle en het panelgesprek wel inspirerend geweest? Ik denk het toch echt niet.

    Groetjes,
    Andrea

  10. Beste Paul,

    Ik vind dat je in grote lijnen gelijk hebt met je kritiek op deze laatste versie van de vertaaldagen, maar vraag me af of dit het goede medium is om die te spuien. Dit is een openbaar blog en ik vind het behoorlijk onaardig om hier mensen met naam en toenaam te bekritiseren. Tenslotte hebben we hier niet te maken met een professionele groep sprekers-in-het-openbaar en kost het de organisatie elk jaar al moeite genoeg om een onderwerp en sprekers te vinden die bereid zijn om op dat podium te gaan staan.

  11. Wat ik jammer vind, is dat het thema ‘vertalen wat er staat’ als uitgekauwd wordt beschouwd. Het gaat tegenwoordig steevast over het nut van de sociale media en de vraag of de naam van de vertaler op het omslag moet. Is die andere vorm van zichtbaarheid, de vraag of je als vertaler al dan niet mag ‘ingrijpen’ in de tekst, niet veel interessanter? Die gedachte leek op de symposiumdag ook onder het publiek te leven. Een vertaalster wier naam ik niet heb verstaan, vertelde dat zij ook wel eens thrillers vertaalt, en dat die soms zo slecht zijn geschreven dat ze de vrijheid neemt om de schrijver te verbeteren. De behoedzame bijval van haar buurvrouw leek even een discussie op te roepen, maar die werd vanaf het podium in de kiem gesmoord als ‘niet ter zake doende’. Nu horen thrillers op literaire vertaaldagen misschien niet thuis. Maar je hebt ook goede literaire romans die in de persoon van de vertaler hun eerste kritische lezer vinden. In zo’n geval kan de schrijver wel degelijk baat hebben bij opmerkingen van de vertaler en daar ook blij mee zijn. Concrete voorbeelden zouden mijn reactie te lang maken, maar ik ben vast niet de enige die ze kent. Als het zo moeilijk is om sprekers te vinden, zou het dan geen goed idee zijn eens een vertaler uit te nodigen die hier iets over kan vertellen? Een ervaren vertaler die geen vaste auteurs heeft maar van titel naar titel hopt, die nu eens een door de tijd geijkt meesterwerk vertaalt, dan weer een prachtig maar slordig geredigeerd debuut, en die regelmatig ook genoegen moet nemen met een flutroman of een slecht geschreven thriller? Wanneer zet hij of zij het heilige ‘vertalen wat er staat’-principe overboord? Hoe doet hij dat? Met wie pleegt zij overleg? Zoals Annelies in haar verslag opmerkt, stonden er ook op deze vertaaldagen vooral gevestigde, bekende vertalers van grote auteurs op het podium Hun verhalen zijn leerzaam en plezierig om naar te luisteren. Maar langzamerhand worden ze voorspelbaar. Volgend jaar zou ik wel eens andere belevenissen willen horen, een nieuw gezicht willen zien, bijvoorbeeld van die vertaalster uit het publiek die ook thrillers vertaalt en soms worstelt met de vraag of ze de auteur mag corrigeren. Ze leek me gedreven en doet het op het podium vast goed.

  12. Dag José,

    Dat blijft zeker een erg interessante vraag waarop legio antwoorden mogelijk zij die ook interessant zijn. Helemaal in het begin stelde Rokus al voor om zichtbaarheid wat scherper te definiëren, als ik het goed heb had hij het over ‘maatschappelijke zichtbaarheid’ (vertaler op het omslag, op lezingen, social media etc.).

    De vraag naar tekstuele ingrepen (‘inhoudelijke zichtbaarheid’ vind ik niet het goede woord) is zeker een interessant thema en vooral in tijden waarin er steeds meer redacteurs worden ontslagen wordt het ook steeds relevanter. In verschillende landen wordt er ook verschillend me omgegaan, ook een leuk en ingewikkeld thema.

    Weet iemand nog wie de vertaalster was die zei dat ze ook thrillers vertaalde?

  13. “Een ervaren vertaler die geen vaste auteurs heeft maar van titel naar titel hopt, die nu eens een door de tijd geijkt meesterwerk vertaalt, dan weer een prachtig maar slordig geredigeerd debuut, en die regelmatig ook genoegen moet nemen met een flutroman of een slecht geschreven thriller?”

    En dat, beste mensen, zijn er heel veel.

    “Een vertaalster wier naam ik niet heb verstaan, vertelde dat zij ook wel eens thrillers vertaalt, en dat die soms zo slecht zijn geschreven dat ze de vrijheid neemt om de schrijver te verbeteren.”

    Houdt u 13 april 2013 in de gaten, want dan zal ten huize van de VvL te Amsterdam een workshop plaatsvinden aangaande het bovenstaande.

Antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


*