Net uit: The Blackhouse, het eiland van de vogeldoders

Cover The BlackhouseThe Blackhouse, het eiland van de vogeldoders van Peter May, vertaald door Stina de Graaf en uitgegeven door Conserve (oorspronkelijke titel: The Blackhouse).

The Blackhouse is het eerste deel van een trilogie en niet zómaar een thriller. De hoofdpersoon is Fin Macleod, die bij de politie in Edinburgh werkt. Aan het begin van het boek is hij al een aantal weken met verlof, omdat zijn achtjarige zoontje bij een verkeersongeval is omgekomen. Maar als op Lewis een moord wordt gepleegd, krijgt Fin de opdracht naar het eiland te gaan om die te onderzoeken. Niet alleen omdat hij het onderzoek leidt naar een moord die eerder dat jaar in de Schotse hoofdstad werd gepleegd en die in elk gruwelijk detail lijkt op die op Lewis, maar ook omdat Fin zelf oorspronkelijk van het eiland komt.

Schering en inslag
De lezer volgt het politieonderzoek, maar ziet via flashbacks ook de jonge Fin opgroeien. Als schering en inslag bij het weven vormen deze flashbacks uiteindelijk een patroon waaruit motief en moordenaar duidelijk worden.

The Blackhouse geeft een boeiend beeld van de streng protestantse, traditierijke gemeenschap op Lewis en van het leven daar dat sinds Fins vertrek lijkt te hebben stilgestaan. De indrukwekkende landschappen en het grillige weer worden beeldend beschreven, en de personages zijn levensecht. An Sgeir, de Rots, speelt een belangrijke rol in het boek. Daar worden elk jaar in augustus tweeduizend jonge jan-van-genten geoogst, een eeuwenoude traditie. Vroeger waren de vogels van levensbelang om de barre winter door te komen, tegenwoordig worden ze als een delicatesse beschouwd. Het hele fascinerende gebeuren (de reis over zee naar An Sgeir, het uiterst primitieve verblijf daar en het ‘oogsten’ van de vogels) wordt gedetailleerd beschreven; en op An Sgeir komt het tot een ontknoping.

De vertaling
Omdat ik eerder de zes boeken van de China Thrillers van May (uitgegeven door de niet meer bestaande uitgeverij BZZTôH) heb vertaald, hoefde ik niet weer opnieuw een stijl en ritme te vinden. Het zijn twee compleet verschillende series met elk een geheel eigen karakter, maar de stijl bindt ze.

Het eerste vertaalprobleem was blackhouse. Een blackhouse is een type huis maar zeker niet zwart, tenminste niet aan de buitenkant. Vermoedelijk slaat het op de binnenmuren, omdat er dag en nacht een turfvuur in het hoofdvertrek brandt. Het is onvertaalbaar, zoals ‘stolpboerderij’: a traditional four-square Dutch farmhouse with pyramid-shaped roof, een reden om het te handhaven. Maar wat doe je dan met whitehouse? Een whitehouse is géén type huis, maar het is (min of meer) wit. Vanwege de uniformiteit is besloten om dat woord ook te laten staan, hoewel ik in sommige gevallen voor de leesbaarheid voor ‘het witte huis’ heb gekozen. Voor de couleur locale heb ik uiteraard ook de Schotse woorden (zoals breeks (broek) en ronepijp (regenpijp) en Gaelische woorden zoals machair cursief overgenomen. Ook het woordje croft bleef onvertaald, want het woord betekent niet alleen een boerderijtje, maar het kan ook de omheinde grond zijn die erbij hoort. Soms werd specifiek het huis bedoeld, in andere gevallen de grond en in weer andere allebei, een reden om ook dat woord te cursiveren en de eerste keer dat het werd gebruikt toe te lichten.

Het fenomeen turf en de werking van het weefgetouw moest ik nauwkeurig bestuderen. Verder heb ik zo veel mogelijk plaatjes van plaatsen en landschappen gezocht. Soms is het niet voldoende om te vertalen wat er staat, maar heeft de vertaling een iets andere formulering nodig om een duidelijk beeld te schetsen.

Guga-oogst
Een belangrijk hoofdstuk in het boek gaat over de guga-oogst (het ‘oogsten’ van jan-van-genten), een eeuwenoude traditie. Gelukkig vond ik mooie foto’s op internet, bijvoorbeeld hier. Daarop is duidelijk de goot te zien die daar elk jaar wordt gebouwd en de ‘wielen’ van dode vogels, maar er staan ook magnifieke foto’s van levende vogels op.

Ik heb de poëtische vrijheid genomen om vrouwelijke woorden ook vrouwelijk te maken in de vertaling vanwege de vele personificaties in het boek. Enkele voorbeelden daarvan zijn: ‘Toch krijg ik altijd kippenvel als ik over de plek vaar waar ze is gezonken, en ik weet dat ze daar maar gewoon op de zeebodem ligt, precies onder de plek waar we haar het laatst zagen’ en ‘Het was een rauwe confrontatie met de natuur op haar formidabelst’, en ten slotte ‘Ze konden de zee naar de rots horen happen en eraan slurpen, alsof ze hem probeerde te verslinden.’

De vertaling van het boek was een prachtig avontuur.

Foto’s blackhouse en whitehouse: privécollectie Peter May.

Tags: ,

  1. Dag Stina,

    Bedankt voor je mooie artikel. Altijd boeiend om te lezen over de lastige keuzes die je als vertaler soms moet maken.
    Alleen begrijp ik je laatste alinea niet zo goed. Ik begrijp dat de voorbeelden die je geeft personificaties van abstracte (en dus vrouwelijke) begrippen zijn. Maar waarom zou het poëtische vrijheid zijn om die woorden dan ook vrouwelijk te maken in de vertaling? Dat is toch gewoon grammaticaal correct?

Antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


*