Interview met vertalers: Martin de Haan

Op een van de weinige bewolkte dagen van dit voorjaar rijd ik dwars door een schitterend deel van de Morvan. Daar ontmoet ik Martin de Haan, een van Neerlands grootste literair vertalers. Uit het Frans, wel te verstaan. Hij is onder andere de vaste vertaler naar het Nederlands van de boeken van Michel Houellebecq en Milan Kundera.

Inkomenspositie boekvertalers
Samen met zijn gezin woont hij in een mooi huis aan de rand van een dorp. ‘Er moet nog wel veel aan worden opgeknapt,’ zegt Martin, wat ons op de abominabele inkomenspositie van literair vertalers brengt. Een onderwerp dat hem na aan het hart ligt. Niet verwonderlijk, gezien zijn voorzitterschap van de Europese raad van vertalersverenigingen, de CEATL. De Vereniging van Letterkundigen heeft net besloten een Werkgroep Algemeen Boekvertalers op te richten, en ook dat heuglijke feit bespreken we even. Een positieve ontwikkeling, vindt ook Martin, weer een stap op weg naar de verbetering van de positie van boekvertalers. ‘Het heeft lang geduurd voor het rond was, ik heb er zelf ook hard voor gepleit. Sinds ik via de CEATL heb gezien hoe de situatie in andere landen is, vind ik de grens die in Nederland wordt getrokken tussen literair en niet-literair boekvertalen eigenlijk heel kunstmatig. Dit is nog maar het begin, hoop ik.’

Vertalen in de Morvan
Hoe is Martin ertoe gekomen te gaan vertalen? Martin: ‘Ik was vooral geïnteresseerd in literatuur, en omdat Duits en Engels me al vrij gemakkelijk afgingen, besloot ik Frans te gaan studeren.’ Daar kwam na de propedeuse ook Algemene Literatuurwetenschap bij, en na zijn afstuderen zette hij zich aan een proefschrift, maar na verloop van tijd raakte hij de wetenschap beu en voelde hij de behoefde om zelf literair actief te worden, als essayist en vertaler. Erin gerold en vanwege zijn goede vertalingen doorgerold naar de grote Franse schrijvers. En naar de Morvan. Waarom naar de Morvan? Ook dat blijkt onder meer een geldkwestie te zijn. In Nederland zijn de huizen duur, hier niet. Aangezien zijn vrouw Silvia ook literair vertaler is, uit het Chinees, is er financieel niet veel ruimte, maar hebben beiden een grote vestigingsvrijheid, en zo te zien bevalt het goed.

Martin maakt vaak lange dagen. Zo heeft hij zes maanden lang meer dan fulltime aan het laatste boek van Houellebecq gewerkt. ‘Hij is inmiddels echt mijn lijfschrijver.’ Die verknochtheid met het werk van Houellebecq blijkt wel uit het feit dat hij het eerste boek dat hij van hem vertaalde, Elementaire deeltjes, acht jaar later ingrijpend heeft herzien. Niet omdat hij zo slecht vertaalde in het begin, maar omdat hij meer inzicht heeft gekregen in de stijl en ideeën van de schrijver, een inzicht dat hij heeft willen – en kunnen: de uitgever stemde ermee in – verwerken in zijn vertaling. Dat is ook het voordeel van contact met de schrijver. Martin is van mening dat dit zeker bijdraagt aan de kwaliteit van het vertaalwerk en hij kan het dan ook iedereen aanbevelen. Gesteld dat de auteur nog leeft natuurlijk.

In het kader van dit gesprek is interessant aan het laatste boek van Houellebecq, De kaart en het gebied, dat de hoofdpersoon zich op een gegeven moment (omstreeks het jaar 2050) terugtrekt in een dorp op het platteland en dan merkt dat de dorpen helemaal veranderd zijn: er wonen stadsmensen die via internet contact houden met de buitenwereld. Overal zijn internetcafés. Eigenlijk is dat in de Morvan ook al te zien. Veel economische actieve buitenlanders die zich er vestigen, zoals kunstenaars, maar toch ook steeds meer Fransen uit de stad die nu op afstand kunnen werken en zich in de lege gebieden vestigen. Helaas doet de economie nog niet erg mee, er gaan nog steeds veel winkels en andere bedrijven dicht in de dorpen, maar het is fascinerend om die ontwikkeling mee te maken, om te volgen hoe het dorp op het Franse platteland zich in 25 jaar ontwikkelt.

Volwaardig vak
Als literair vertaler vindt Martin zichzelf geen gemankeerde schrijver, hij vindt vertalen een volwaardige vorm van literatuur bedrijven. Toch schrijft hij ook zelf, met name essays en recensies. Wie er meer over wil weten, kan de site raadplegen die hij samen met collega-vertaler Rokus Hofstede bijhoudt. Behalve professioneel visitekaartje van beide vertalers is Hof/Haan ook een privé-encyclopedie van de – voornamelijk Franse – literatuur, in de vorm van inmiddels bijna 500 artikelen. Met Hofstede vertaalt hij ook regelmatig samen (o.a. werk van Marcel Proust en Régis Jauffret), wat weer tot andere inzichten leidt. Het is nuttig om kritisch naar elkaars werk te kijken. Maar hij zou nooit alles in samenwerking willen doen. Houellebecq doet hij bijvoorbeeld altijd alleen. Eerst maakt hij een relatief snelle kladversie, daarna begint het echte werk pas en gaat het om de stijl. Na de zeer intensieve tweede ronde, waarin alle Nederlandse zinnen op eigen benen moeten komen te staan, volgt nog een derde ronde, waarin hij de vertaling op vrij hoog tempo doorneemt voor een laatste poetsbeurt. Bij Houellebecq luistert het allemaal heel nauw, zeker omdat de schrijver veel bewuste stijlbreuken toepast. Niet gemakkelijk voor de vertaler, lijkt mij. Martin roept uit: ‘Heerlijk juist, dat is het mooiste wat er is, niet zomaar kilometers maken, maar steeds alert blijven op wat de schrijver nu weer uithaalt.’ Een tijdrovende maar altijd boeiende klus, waar hij dus zes maanden mee bezig is geweest. Dat is wel zo ongeveer zijn gemiddelde voor een boek van 400 pagina’s (en ongeveer 100.000 woorden). Soms is het veel erger. Bijvoorbeeld Contre Sainte-Beuve van Marcel Proust, dat hij samen met twee collega’s vertaalde. Van die verzameling essayistische en verhalende schetsen bestaat geen goede Franse editie, dus ze hebben het boek ook zelf samengesteld. Vijf jaar heeft dat bij elkaar allemaal gekost. Dan moet je niet meer nadenken over hoeveel het opbrengt per uur.

Rendabel?
Is vertalen voor hem rendabel? ‘Tja, wat is rendabel. Ik leef grotendeels van de werkbeurzen van het Nederlands Letterenfonds. Voor dit nieuwe boek van Houellebecq krijg ik wel royalty’s als het goed verkoopt, maar dat is een grote uitzondering. Voor het soort boeken dat ik vertaal krijg ik aan honorarium ruwweg 800 euro bruto per maand (waar alles nog van af moet), dat is toch eigenlijk absurd. Maar de uitgever is afhankelijk van de markt, en het publiek, dat boeken toch al te duur vindt, wil voor vertaalde boeken niet meer betalen dan voor oorspronkelijk Nederlands werk..’

Martins werk voor de Europese vertalersraad heeft hem ook inzicht gegeven in de belabberde positie van vertalers in andere Europese landen: ‘Hoewel daar meestal geen werkbeurzen worden verstrekt, zijn de tarieven niet veel hoger, meestal zelfs lager. In Frankrijk is de situatie in vergelijking nog redelijk goed, maar in Duitsland zijn de tarieven bijvoorbeeld nauwelijks hoger dan bij ons en worden amper werkbeurzen verstrekt. Veel vertalers werken echt onder de armoedegrens.’ Je zou dan kunnen denken dat de oplagen groter zijn in Duitsland, zodat het voor de vertaler meer oplevert. Maar echt veel groter zijn de oplagen niet, er verschijnen gewoon veel meer titels; bovendien ligt de royaltygrens veel hoger dan bij ons. Zijn conclusie: ‘Het is een droevige toestand. Mocht de Nederlandse regering straks ook op het vertaalbeleid willen bezuinigen, dan kan ik wel een ander beroep gaan zoeken.’

Bereikt Martin wat met zijn inspanningen? In Europa zeker. De Europese Commissie begint geleidelijk aan meer oog te krijgen voor het feit dat vertalingen door vertalers van vlees en bloed moeten worden gemaakt. En dat kwaliteit met tijd en inkomen te maken heeft. Beetje bij beetje dringt het besef door dat vertaalsubsidies voor uitgevers wel goed zijn voor de kwantiteit, maar niet noodzakelijkerwijs voor de kwaliteit, en dat er dus ook concrete maatregelen voor vertalers moeten worden genomen.

Ook een stap voorwaarts is dat zijn naam nu op de omslag van De kaart en het gebied en de hele reeks Houellebecq-heruitgaven verschijnt. Martin heeft dat in zijn contract laten opnemen, en ook dat zijn naam vermeld moet worden in alle publiciteitsuitingen. Dat was vijf jaar geleden ondenkbaar. ‘Ik ben niet alleen maar negatief over de toekomst van de boekvertaler. Zo biedt de komst van het e-boek de vertaler ook nieuwe mogelijkheden. Als de vertalers deze nieuwe situatie goed aanpakken kunnen ze hun onderhandelingspositie misschien wel versterken. Wordt vervolgd…’

Leestips
Heeft Martin tips voor lezers die zich in de vertaalde literatuur willen verdiepen? Het antwoord was te verwachten. Houellebecq. Maar ook Régis Jauffret: een andere goede hedendaagse schrijver, die hij samen met Rokus vertaalt. En Patrick Modiano. Niet door hem vertaald, wel goed. Toch is lang niet iedereen gecharmeerd van Houellebecq, werp ik tegen. ‘Des te beter, toch? Dat betekent dat er echt iets op het spel staat. Zelf vind ik zijn laatste boek zijn beste tot nu toe, en een van de beste boeken die ik ken.’ Het boek is in zijn vertaling in mei in Nederland verschenen bij uitgeverij De Arbeiderspers en hij is net terug van een lezingenreeks over het boek in zijn geboorteland. Hij heeft Houellebecq zelf ook recentelijk geïnterviewd, en zal dat binnenkort opnieuw doen in het Korzo Theater in Den Haag.

Op het nachtkastje
Voor de boekvertalers is het misschien interessant om te horen wat Martin zelf in zijn vrije tijd leest. ‘Een tijd geleden heb ik besloten om als ik ’s avonds in bed lig geen Franse literatuur meer te lezen. Ik ben al genoeg met Franse literatuur bezig.’ Daar kun je je iets bij voorstellen. Hij vervolgt: ‘Nu ben ik bezig met een biografie van Kafka, in het Duits. Er ligt ook een boek van Philip Roth op mijn nachtkastje.’

Heeft hij genoeg werk? ‘Ik heb te veel werk… en te weinig geld. Mijn planning loopt ook altijd mis omdat er weer ander werk tussendoor komt. Maar toch bevalt het literair vertalen me heel goed, ik zie mezelf niet snel iets anders doen.’ Je gaat dus wel door tot je pensioen? ‘Zelfs erna, waarschijnlijk. Ik moet wel.’

Wil je meer weten over het vertalen van literatuur? Kom op 13 september naar BorderKitchen in Den Haag, waar Martin Michel Houellebecq interviewt.

Een deel van dit interview verscheen eerder in Bourgondische Zaken.

Tags:

  1. Geachte redactie,

    Op uw site las ik het artikel over Martin de Haan van 24 augustus 2011.

    Door de verantwoording achterin Elementaire Deeltjes was mijn interesse in het vertaalwerk gewekt; ik heb grote bewondering voor de scheppende kracht die daarvoor nodig is. Ik begrijp echter dat het werk zeer matig geldelijk wordt beloond. Ik lees graag goede vertalingen van boeken in vreemde talen dus als lezer heb ik het er graag voor over om daarvoor te betalen in de prijs van het boek.

    Ik wens dat het vertalers lukt om betere honoraria en goede royalties te bedingen.

    Vriendelijke groet,
    Focco Lunsingh Scheurleer

  2. Wie door Focco Scheurleers reactie benieuwd is geworden naar de verantwoording achter in Elementaire deeltjes, Martin de Haan zette zijn Nawoord ook op het blog Hof/Haan.

Antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


*