Net uit: Vissen veranderen bij kou van zwemrichting

Vissen veranderen bij kou van zwemrichting, van Pierre Szalowski, vertaald uit het Canadees-Frans door Richard Kwakkel en uitgegeven bij Lebowski (oorspronkelijke titel: Le froid modifie la trajectoire des poissons).

Vissen’ is een charmant goed-gevoelboek over een elfjarige jongen die de hulp van de hemel inroept om de scheiding van zijn vader en moeder te verhinderen en dan hulp krijgt van almachtige weergoden. Het verhaal speelt zich af in twee weken rond de jaarwisseling van 1997 en 1998 en is gesitueerd in een wijk van de Québecse hoofdstad Montréal, die in die periode wordt geteisterd door enorme ijsregens en ijzel. Het ontwrichtende weer brengt iedereen samen die in het boek een hoofdrol speelt: een homopaar, een voormalig singer-songwriter, zijn Mexicaanse ex-vrouw en hun kwajongen van een zoon, boezemvriend van de hoofdrolspeler, de ouders van de naamloos door het boek gaande elfjarige, een Russisch ijshockeytalent dat — in een hilarische scène — door een reus van het team uit Alberta tegen de boarding in de knop wordt gebroken en zich vervolgens als wiskundige wijdt aan het bewijs van de hypothese uit de titel, een rokkenjagende tweeling van achter in de zeventig, een stripteasedanseres met een prettig voorkomen en een hart van goud en ga zo maar door. Szalowski laveert vakkundig om de surrealistische, fantasyeske, kinderlijke of melodramatische valkuilen waarmee het thema en de door hem gekozen uitwerking zijn pad ondermijnen. Ik heb het boek met een grijns van oor tot oor van kaft tot kaft gelezen en vertaald.

Frans-Canadees
Vertaald uit het Canadees-Frans, staat er boven dit stukje. Dat staat er met opzet, want het vormde een van de uitdagingen bij het vertalen. Szalowski wilde een typisch Québecse sfeer oproepen en lardeerde het verhaal met québeccismen. (Er is zelfs een vertaling in het Frans-Frans uitgegeven, die de schrijver me opstuurde omdat hij had gemerkt dat andere vertalers met hetzelfde probleem hadden gekampt.) Zo gebruiken Québeccers krachttermen die niemand anders gebruikt, erfenissen uit een rijk katholiek verleden. De hosties, tabernacs, crisse de fif d’en hauts, varianten daarop en combinaties ervan zijn niet van de lucht. Die vertalen met ‘potverdriedubbeltjes’, ‘-pielepap’ of ‘-blomme’ was geen optie en dus heb ik voor de broodnodige couleur locale de herkenbaarste overgenomen waar de context geen twijfel toeliet over hun functie als krachtterm. Voor andere québeccismen als être tanné (ergens de neus vol van hebben), un bollé (bolleboos), piasse (dollar), se faire chicaner (op je kop krijgen), niaiser quelqu’un (een loopje met iemand nemen), baveux (arrogant), un blond (vriendje), bobettes (slipje), pétard (knappe vent), zocht (en vond) ik mijn heil in de talloze woordenboeken Québécois op het internet.

‘Ik ben geen schrijver, ik ben iemand die een boek heeft geschreven. Dat is niet per se hetzelfde.’
Szalowski is een duizendpoot. Hij is en was persfotograaf, journalist, hoofdredacteur van een boksblad, vicepresident van game-ontwikkelaar Ubisoft, communicatieadviseur, artistiek directeur, scenarist en nu dus ook schrijver. Geen kwestie van twaalf beroepen en dertien ongelukken, maar het resultaat van zijn streven om elke dag uit bed te stappen voor een mooie dag, een dag zonder verveling, zoals hij zegt in een interview ter gelegenheid van het literair festival America in Vincennes, dat in een klein kwartier een goed beeld schetst (overigens wel in het Frans) van Szalowski de schrijver en Vissen het boek. ‘La vie se doit d’être un éternel combat, sinon elle n’est qu’une ennuyeuse passivité,’ schreef hij in antwoord op een van mijn vragen. ‘Het leven hoort een eeuwigdurende strijd te zijn, anders is het niets dan lijdzame verveling.’

De evolutie van Vissen
Dat was ook de reden dat hij aan een boek begon dat zijn leven eigenlijk als film startte. Vissen moest een film worden, maar kreeg gaande de voorbereiding de vorm van een roman. Niet dat hij als schrijver een gefrustreerd scenarist is, maar het probleem met een filmscenario is dat er altijd één is die kan schrijven en dat de rest van de crew meeleest en er ook iets over te zeggen heeft; iedereen bemoeit zich ertegenaan. Een scenarist moet rekening houden met de vertaling van zijn woorden in beelden, en bovendien met kleine budgetten. Het is een ‘écriture de contraintes’, schrijven met beperkingen. ‘Dan schrijf ik duizend keer liever een roman.’ In een roman kun je honderden figuranten laten opdraven, in een roman kan het sneeuwen en regenen, in een roman kan de hoofdrolspeler zijn liefje in Guatamala opzoeken, de creatieve mogelijkheden zijn veel groter. ‘Bovendien behoor ik tot de groep mensen die altijd riepen: “Ooit schrijf ik een boek”.’ Sommigen roepen dat alleen maar, een paar beginnen eraan, een enkeling schrijft ook het slot, en alleen de zondagskinderen worden uitgegeven. Zijn eerste film, Ma fille, mon ange, was zo’n teleurstelling voor hemzelf dat hij besloot het verhaal van Vissen in boekvorm te gieten, om te ontsnappen aan het keurslijf waarin de omstandigheden de scenarist snoeren. Door het succes van de film had hij de financiële armslag dat ook daadwerkelijk te doen. Om het zichzelf onmogelijk te maken terug te krabbelen, riep hij tegen iedereen die het wilde horen dat het nu echt zover was: ‘Ik ga een boek schrijven’, en schreef hij het in een kroeg waar de stamgasten hem elke dag naar zijn vorderingen zouden vragen.

Iets leuks
Hij wilde over geluk schrijven. Leed en verdriet worden al zo uitvergroot, terwijl ze voor Szalowski niet de essentie van het leven vormen. ‘In een synoniemenboek staan tweehonderd woorden voor “verdriet” en maar honderd voor “geluk”. Dat maakt de keus een stuk eenvoudiger. Kijk ook naar de definitie van “vriend”. Dat is iemand die je kunt bellen als je niet lekker in je vel zit, terwijl ik een goede vriend bel als ik wil dat het beter met me gaat, als ik iets leuks wil delen.’ Vissen is een uiterst geslaagde, hartverwarmende poging dat leuks met zijn lezers te delen.

Szalowski komt eind augustus naar Nederland en vertelt op zaterdag 27 augustus 2011 tussen halftwee en twee in het Literair Café van de Uitmarkt in Amsterdam alles over Vissen.

Tags:

  1. Met een grijns van oor tot oor lezen en vertalen — je maakt me erg nieuwsgierig, Richard. Dit boek komt op mijn verlanglijstje!

  2. Goed stukje Richard! Ik krijg meteen zin om het te gaan lezen. Lastig en tegelijk heerlijk om te doen, lijkt me, met al die ‘québeccismen’. Mooi omslag ook trouwens.

Antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


*