De nóg duisterder kant van de klimaatverandering

Klimaatoorlogen van Gwynne Dyer, vertaald door Huub Stegeman en uitgegeven bij Het Spectrum (oorspronkelijke titel: Climate Wars).

Klimaatoorlog is een merkwaardig boek, zo op het eerste gezicht. Het eerste wat opvalt is de curieuze mix van fictie and feiten. Elk hoofdstuk begint met een scenario waarin de schrijver een politiek-militaire ramp beschrijft die zou kunnen ontstaan als gevolg van de klimaatverandering. Vervolgens wordt de rest van het hoofdstuk gebruikt om de technische achtergronden van het probleem te bespreken. ‘Grote groepen vluchtelingen. Ineenstortende staten. Vernietigende oorlogen. Gwynne Dyer geeft een angstaanjagende blik op de nabije toekomst, waarin de klimaatverandering de wereldmachten dwingt tot genadeloos harde maatregelen om te overleven,’ aldus de flaptekst, en dat dekt de lading aardig.

Onheilsprofeet?
De zoveelste onheilsprofeet? Dat valt eigenlijk wel mee. Cynisch is Dyer wel, defaitistisch gek genoeg niet. Hoewel hij op een bepaald moment schrijft dat ‘de crisis waarmee we nu geconfronteerd worden, al in de sterren stond vanaf het moment dat die eerste vrouw een zaadje plantte, al hebben we het nooit gezien’ (een verwijzing naar de eerste (jager-)verzamelaarster die het concept ‘landbouw’ ontdekte), ziet hij ook wel mogelijkheden om het probleem van de klimaatverandering aan te pakken. Technische mogelijkheden. Maar tegelijk is daar politieke wil voor nodig, en daar heeft hij maar weinig hoop op. Een weinig opbeurend boek, maar wel een eye-opener.

Uit vertaaltechnisch oogpunt was dit in meerdere opzichten een interessante klus. Niet alleen moest er een ander register worden gekozen voor de scenario’s dan voor de populairwetenschappelijke delen van de hoofdstukken, in beide soorten tekst komen bovendien veelvuldig interviews voor met militairen, wetenschappers, politici en op hol geslagen idealisten. Die hebben elk hun eigen manier van spreken waar je zeker recht aan wilt en moet doen. En alsof dat nog niet genoeg is, is de auteur ook redelijk grofgebekt en wordt hij naar het einde toe steeds bozer. Dyer is geen Al Gore, eerder een Maarten van Rossem. Vrijwel elke vraag die hij stelt is retorisch, en er valt een hoop te lachen, ook tijdens het vertalen.

Na de rel rond de verkeerde cijfers van de IPCC was het vertalen van de cijfers die Dyer gebruikt een pikant probleem. Neem de verwarring die kan ontstaan door het verschil tussen een Amerikaans en een Engels billion (Dyer is Canadees georiënteerd, dus wat kiest hij?).

Amersfoort aan Zee
De mededeling van de uitgever dat Dyer een speciaal hoofdstuk over Nederland zou toevoegen, deed bij mij meteen alle alarmbellen afgaan, want hij zou niet de eerste Noord-Amerikaan zijn die ons binnen een paar decennia met een Amersfoort aan Zee opscheept. Gelukkig viel het mee en weet hij te verrassen met een veel genuanceerdere ramp dan je zou verwachten.

Wie van thrilllers houdt, en toch eens wat meer wil weten over klimaatverandering, zal bij dit boek zijn vingers aflikken!

Tags: ,

  1. Je verhaal in combinatie met de slotregels brengt me een beetje in verwarring, Huub. Is het nu fictie of non-fictie, of een vreemde mengeling ervan?

  2. Ja, verwarrend hè?

    Als ik “Leest ALS een thrilller” had geschreven, had ik je dan niet verward? Hij beschrijft feiten, maar voegt scenario’s toe die in meer of mindere mate speculatief zijn en dan bovendien lang niet altijd alleen maar door hem zelf verzonnen zijn. Veel scenario’s komen regelrecht van militaire planners.

Antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


*