De lol van het vertalen van literaire non-fictie

Wat is er eigenlijk zo leuk aan het vertalen van literaire non-fictie? Het is immers slecht betaald werk, waarbij je soms lange uren moet maken om een deadline te halen en je loopt ook nog het gevaar dat je RSI en vierkante ogen krijgt.

Natuurlijk heb je met het eindresultaat in handen de voldoening dat je een mooi stuk werk hebt afgerond. En af en toe, als de brontekst een beetje te pruimen is, kom je bij het vertalen zelf in een ‘flow’ terecht en kunnen je typende vingers de volzinnen nauwelijks bijhouden. Ook is het heel bevredigend als je na lang zoeken een oplossing hebt gevonden voor een stukje tekst waar je aanvankelijk geen touw aan vast kon knopen.

Naast deze intrinsieke genoegens van het vertalen geniet ik er zelf heimelijk ook altijd van dat ik de eerste ben die de Nederlandse vertaling van een boek leest. Dat gebeurt meestal pas in de eindfase. Eerst lees ik de Engelse tekst, terwijl ik meteen een ruwe vertaling intyp en intussen de typefouten herstel, wat het vasthouden van de rode draad niet bevordert. Dan komt het puzzelen op de vierkante centimeter van de tweede ronde. Zin voor zin, woord voor woord komt de tekst langs; ik zoek citaten op, blader heen en weer om de consistentie na te gaan en verplaats stukken zin tot ik een lopend geheel krijg dat niet meer overkomt als ‘vertaald Engels’.

En dan is het zo ver. De worsteling met de tekst is achter de rug en ik kan het boek eindelijk echt lezen – in de Nederlandse vertaling. Soms stok ik ergens en val ik terug in de tekst; dan moet ik nog wat schaven. Maar pas in dat stadium lees ik het boek als het betoog waar boeken in mijn genre meestal op neerkomen. De vertaling is voor mij geslaagd als ik al lezend in discussie wil gaan met de auteur: ‘Ja, dat zeg je nu wel, maar daar valt wel iets op af te dingen,’ of ‘hé, zo heb ik er nog nooit tegenaan gekeken.’ De tekst zelf is dan eigenlijk verdwenen en geen obstakel voor de ‘boodschap’. Deze vertaalopvatting is bij literaire fictie waarschijnlijk moeilijk te handhaven, want daar zijn de eigenheid en de stijl van de auteur veel belangrijker.

Tags: , ,

  1. Een aanschouwelijke beschrijving van het vertaalproces. Voor mij als vertaler van bijna alleen maar “niet-literaire non-fictie” spannend om te lezen.

  2. Wat een lekker leesbaar stuk over het vertaalproces!

    Een paar “pareltjes”:
    • … geniet ik er zelf heimelijk ook altijd van dat ik de eerste ben die de Nederlandse vertaling van een boek leest.
    • De vertaling is voor mij geslaagd als ik al lezend in discussie wil gaan met de auteur.
    • De tekst zelf is dan eigenlijk verdwenen en geen obstakel voor de ‘boodschap’.

    De laatste is wel de essentie van een goede vertaling denk ik.

  3. Wat een leuk stuk over het vak van vertaler. Zelf ben ik 3e-jaars Engels aan het ITV.

    Ik zou ook het liefst boeken gaan vertalen, zowel non-fictie als kinderboeken.
    Heeft iemand misschien een tip hoe ik daar straks werk in kan vinden?

  4. Als ik deze stukken allemaal lees gaan mijn handen jeuken om ook aan de slag te gaan. Ik zou ook heel graag dit soort teksten willen gaan vertalen maar ik weet niet goed hoe ik daar aan moet komen. Voor het geld hoef ik het niet te doen, ik wil het gewoon doen omdat het me een hele mooie uitdaging lijkt. Misschien kan iemand mij helpen om de eerste stap hierin te gaan zetten.

  5. Je kunt uitgevers mailen, eventueel met een proefvertaling. Maar zeg alsjeblieft niet dat je het niet voor het geld hoeft te doen, dat maakt geen professionele indruk en het bederft de markt voor mensen die er wel van moeten leven, zoals ik. Een hersenchirurg die ook veel van zijn werk houdt, zegt ook niet dat hij je wel voor niks of voor een schijntje wil opereren omdat hij het zulk leuk werk vindt, toch? Succes!

Antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


*