Net uit: De kleine vreemdeling

Sarah Waters, De kleine vreemdeling [omslag]Sarah Waters, De kleine vreemdeling, vertaald door Nico Groen, Richard Kwakkel en Lucie van Rooijen en verschenen bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar (oorspronkelijke titel: The Little Stranger).

Over de nieuwe roman van Sarah Waters is in de pers al veel geschreven sinds de Nederlandse vertaling ervan op zaterdag 5 juni verscheen: dat het – na Affiniteit (2001), Fluwelen begeerte (2002), Vingervlug (2003) en De nachtwacht (2006) – haar vijfde roman is, haar eerste waarin een mannelijke verteller optreedt, de eerste ook waarin de lesbische liefde geheel en al ontbreekt, en dat het een spannende spookroman is die voortborduurt op de traditie van de victoriaanse ghost novel. De kleine vreemdeling is het verhaal over een Engels landgoed dat in verval raakt en de bewoners, de familie Ayres, in zijn ondergang meesleurt. Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van een plattelandsdokter, ene Faraday.

Omdat er al zoveel aandacht aan Waters’ vijfde en aan de auteur zelf is besteed, zullen wij het in dit stuk nauwelijks over het boek hebben, maar des te meer over de vertaalaspecten ervan.

Meermansvertaling
Op dit blog werd al eerder over meermansvertalingen gepubliceerd. Wij hadden alle drie al ervaring met zulke projecten en kenden geen principiële bezwaren. Integendeel: we huldigen het niet bij iedere vertaler populaire standpunt dat een meermansproject juist een betere vertaling kan opleveren. Het proza van Waters vertalen leek ons geen makkelijke, maar wel een interessante uitdaging. Extra moeilijkheden waren de krappe deadline (180.000 woorden in ruim twee maanden) en het gegeven dat het om een tekst van een behoorlijk literair gehalte ging. Veel ‘woordjes wegen’ dus, zoals een van ons het noemde. Enthousiast maar een beetje nerveus over de goede afloop gingen we aan de slag.

Methode
Hoe zijn we te werk gegaan? Het boek liet zich gemakkelijk in drie vrijwel even grote porties verdelen. We waren het er snel over eens wie welk deel voor zijn rekening zou nemen. Voor een snelle communicatie tussen de vertalers en de meelezende persklaarmaker riepen we een aparte Yahoo-mailgroep in het leven. We spraken samen met de persklaarmaker af in een Utrechtse uitspanning om de aanpak door te nemen en afspraken te maken, legden voorlopige hoofdstukken onmiddellijk ter controle voor aan de persklaarmaker en de redactie, en pleegden intensief telefonisch en elektronisch overleg. Na afloop van het project stond de teller op bijna 3.000 mailtjes.

Tussentijds elkaars hoofdstukken van a tot z lezen bleek gezien de beperkte tijd nauwelijks haalbaar, maar dat gemis compenseerden we ruimschoots in de persklaarmaak- en de correctieronde, al hadden we natuurlijk liever alle tijd van de wereld gehad. We verdeelden de hoofdstukken onder elkaar, namen alsnog kritisch elkaars hoofdstukken door en haalden zo nog heel wat onvermoede pijnpunten naar boven: waar vertaler één de gast op hét klavecimbel liet spelen, liet vertaler twee een groot laken over dé klavecimbel draperen, waar twee vertalers het landgoed met een hek afsloten, sloot de derde dat met een poort af, smeerde de een pommade in iemands haar, deed de ander er olie in, bezocht dokter Faraday in hoofdstuk vijf samen met de dochter des huizes een bouwplaats, ging hij drie hoofdstukken verderop met haar naar het bouwterrein, en zaten de twee tortelduifjes halverwege het boek naast elkaar op de sofa, ploften ze tegen het einde van het boek samen op de bank. Ten slotte voegden we de drie delen tot één bestand samen en haalden er met enkele min of meer automatische bewerkingen nog opmaakproblemen, inconsistenties en schoonheidsfoutjes uit.

Vertaalperikelen
Veel van de 3.000 mailtjes betroffen het maken van afspraken over de vertaling van woorden voor concrete zaken die in het hele boek voorkwamen. Zo hebben we het – onder veel meer – gehad over de vertaling van de woorden, chamber pot (‘nachtspiegel’), flying stairs (‘vrijdragende trap’), French windows (na rijp beraad en hulp van la Waters zelve ‘openslaande deuren’ of ‘tuindeuren’), gentlemen’s hoo-hah (‘herengemak’), junction box (‘verbindingskast’, een kast waar de draden samenkomen van de bellen met behulp waarvan het personeel wordt ontboden), men’s side (die van het landgoed: ‘mannenvleugel’), mob fair (‘jaarmarkt’), mortuary (‘lijkhuis’; mortuarium wordt pas sinds 1950 gebruikt en het boek speelt in 1947) en party (‘soiree’); vooral de panelled walls (‘houten (wand)panelen’) en de blinds (‘luiken’) zorgden voor nogal wat hoofdbrekens.

Andere kwesties gingen over stijl. Zeggen we ‘gezicht’ of mag het ook ‘gelaat’ zijn? Kiezen we voor ‘inmiddels’, ‘intussen’ of ‘ondertussen’, of wisselen we ze alle drie af? Voor ‘u heeft’ of ‘u hebt’? (Het laatste.) En is het ‘dit keer’, ‘ditmaal’ of ‘deze keer’? Laten we de Engelse aanspreekvormen Mrs, Miss en Mr staan, of vertalen we die, zoals vertaalster Marion Op den Camp in eerdere Watersen deed?

In het origineel spreekt het bedienend personeel consequent een lokaal dialect. Wat te doen? Kiezen voor dialectwoorden? En uit welk deel van Nederland dan? Worden er klinkers ingeslikt aan het eind van een woord? We besloten richtlijnen op te stellen voor ‘platte’ Nederlandse woorden die we mochten gebruiken… en weken er keer op keer vanaf, tot in de correctiefase toe.

Guy Fawkes en Klein Duimpje
Als altijd bleek het ingewikkeld om typisch Britse zaken en aangelegenheden te vertalen. In zulke gevallen moet je je voortdurend afvragen welke kennis je bij de Nederlandse doelgroep bekend mag veronderstellen en wat je vervolgens met dat gegeven doet. We kozen per geval uit verschillende oplossingsmogelijkheden, zoals omschrijvend vertalen, een meestal fletser Nederlands equivalent opvoeren (waarbij het gevaar van ‘Hemavertalingen’ voortdurend op de loer lag) of iets laten staan in de veronderstelling dat de lezer het wel zou weten of uit de context zou kunnen opmaken. De laffe uitweg van de voetnoot verwierpen we resoluut en unaniem. Zo bleef Empire Day gewoon staan, werden the Wrens ‘de vrouwenbrigade van de marine’, werd de WAAF ‘de vrouwelijke hulptroepen van de luchtmacht’, Guy Fawkes een heks en het zinnetje My mother’s like a paper chase in het Nederlands ‘Mijn moeder is net Klein Duimpje’.

Tutoyeren
Een geval apart vormde de manier waarop Faraday en de leden van het gezin Ayres – Mrs Ayres, haar dochter Caroline en zoon Roderick – elkaar aanspreken. Het Engels scheert alles met you gemakkelijk over één kam, maar zo eenvoudig was het niet voor ons. Zo gaat Caroline op zeker moment vertrouwelijk om met dokter Faraday en stelt ze voor dat hij haar ‘Caroline’ noemt, terwijl ze zelf vasthoudt aan ‘doctor Faraday’. Wat het niet veel makkelijker maakte was dat de goede man nergens in het boek een voornaam krijgt, hetgeen desgevraagd een bewuste keuze van de schrijfster bleek te zijn. Omdat het wat makkelijker ‘praatte’, hebben we hem na verloop van tijd in onze mails maar ‘Otto’ genoemd. Ook moesten we een moment zien te vinden waarop Faraday Roderick met ‘je’ gaat aanspreken als hij eenmaal een vertrouweling van de familie is geworden.

Sarah Waters (rechts) naast vertaalster Lucie van Rooijen tijdens BorderKitchen in Den Haag op 16 juni. Als gevolg van haar uitgebreide onderzoek naar de periode waarin het verhaal speelt, lijkt Waters zich voorlopig nog niet van het boek te kunnen losmaken: ‘Ik merk dat ik nog steeds praat als iemand uit de jaren veertig.’

Sarah Waters (rechts) naast vertaalster Lucie van Rooijen tijdens BorderKitchen* in Den Haag op 16 juni. Als gevolg van haar uitgebreide onderzoek naar de periode waarin De kleine vreemdeling speelt, lijkt Waters zich voorlopig nog niet van het boek te kunnen losmaken: ‘I find myself talking like a 1940s person.’

Met instemming van Sarah Waters maakten we in het eerste geval van ‘Oh, call me Caroline, won’t you? Lord knows, I’ve years and years ahead of me of being dry Miss Ayres . . . But I’ll still call you Doctor, if I may’: ‘O, noemt u me toch alstublieft Caroline. God weet hoeveel jaar ik nog als dorre Miss Ayres voor de boeg heb… En ik zal u ook maar niet meer met dokter aanspreken, als het mag.’ Het Nederlands zegt dus precies het omgekeerde van wat er stond, wat Waters onmiddellijk begreep maar waar ze ruimhartig mee akkoord ging omdat ze inzag dat je iemand niet tegelijk met ‘je’ en ‘dokter’ kunt aanspreken. In het tweede geval voegden we, eveneens met goedkeuring van de schrijfster, in de volgende passage het laatste zinnetje toe: ‘“Praat Caroline met jou over haar gevoelens?” vroeg ik haar broer op een dag in november, toen ik zijn been behandelde. Dankzij mijn geregelde bezoeken waren we elkaar gaan tutoyeren.’

Bijzondere gevallen
Een apart geval was de vertaling van greenery-yallery, waarmee Caroline spottend de kleur aanduidt van het blauwe oog dat haar broer heeft opgelopen. De uitdrukking bevat een homoseksuele connotatie die de meeste Engelse lezers hoogstwaarschijnlijk ook zal ontgaan. Typisch Waters, want de oorspronkelijke titel van Fluwelen begeerte, een boek met een sterk lesbische inslag, luidt Tipping the Velvet: victoriaans slang voor ‘cunnilingus’, of voor gewone stervelingen: beffen. Die wetenschap maakte het er alleen maar moeilijker op een geschikte vertaling te vinden. We wilden de knipoog naar haar fans van het eerste, homoseksuele uur er graag inhouden en overwogen aanvankelijk er ‘alle kleuren van de regenboog’ van te maken, een vertaling waarin ingewijden een verwijzing naar de regenboogvlag van de Gay Pride konden lezen. Maar… Gilbert Baker schilderde de eerste regenboogvlag pas op 25 juni 1978, dus die kleuren zouden in 1947 een anachronisme hebben opgeleverd. Onze vertaling, ‘pimpelpaars’, moet het stellen zonder Waters’ subtiele connotatie.

Dan was er de coroner, een vrijwel onvertaalbaar woord. Het gaat hierbij om iets tussen een lijkschouwer en rechter van instructie in (de termen die Van Dale geeft), iemand die een gerechtelijk onderzoek kan gelasten naar een dubieus sterfgeval. Na rijp beraad en advies van een rechter in ruste, die van dit soort zaken kaas heeft gegeten maar toch geen geschikte vertaling wist, besloten we het probleem simpelweg te omzeilen door hem de eerste keer lijkschouwer te noemen en daarna over te gaan op ’s mans naam.

En laten we, tot slot, het bois dormant niet vergeten waarin Caroline haar landgoed wil omtoveren tot de Conservatieven eindelijk weer de scepter zwaaien. Natuurlijk een verwijzing naar La Belle au bois dormant, maar daarin is het niet het bois dat dormant is, maar la Belle. Wat nu? De Nederlandse Doornroosje wreed wakkerschudden? Of de Engelse schone slaapster? Die van Grimm of die van Perrault? Uiteindelijk wacht Caroline ‘bij ons’ gelaten af tot een galante conservatieve prins Florimond achter de doornhaag kasteel Ayres ontwaart.

Puzzelen op dit soort kwesties maakte het vertalen van The Little Stranger tot een waar genoegen, te meer daar we er niet in ons eentje op hoefden te ploeteren, maar we elkaar konden helpen als we ergens niet uit kwamen, of iets niet begrepen. Wat ons alle drie betreft zeker voor herhaling vatbaar!

*) Sarah Waters bezocht BorderKitchen op 16 (Den Haag) en 17 juni 2009 (Antwerpen).

Download PDF

Tags: ,

  1. Beste alledrie,
    Het toeval wil dat ik De kleine vreemdeling momenteel aan het lezen ben. Ik moet nog een kleine honderd bladzijden, dus ik vind het heel leuk om uitgerekend nu jullie stukje te lezen over het vertalen ervan. Ik vind het een heerlijk boek, en heb me ondanks mijn beroepsdeformatie nog geen moment laten afleiden door de vertaling. Integendeel, ik vind het als een eenheid overkomen en dat is een compliment, zeker nu ik weet dat jullie maar twee maanden de tijd hebben gehad. Ik verheug me nu al op die laatste honderd bladzijden!
    Lucy

  2. Erg leuk om te lezen! Dank voor alle voorbeelden. Ik vind het vrij onmogelijk klinken om dat zo allemaal in twee maanden tijd te doen (maar dat is een heel andere discussie), maar zo te horen kan het dus, mét een mooi resultaat.

  3. Dag Lucy,
    Dank voor je reactie. Fijn om te horen dat je oog tijdens het lezen nergens aan is blijven haken. Als dat voor alle lezers geldt, is onze missie geslaagd.
    Heb je het boek al uit? En heb je lekker gegriezeld?
    Nico

  4. Ja, Nico, het boek is inmiddels uit. Heerlijk gegriezeld, ik hou eigenlijk niet van spookverhalen, maar bij deze spatte het schrijf (en vertaal?)plezier van de pagina’s. Leuk ook om die laatste honderd pagina’s te lezen met in het achterhoofd al jullie kopzorgen. Jullie zijn er goed uitgekomen, voor zover ik dat kan beoordelen. Pluimpje!
    Lucy

  5. @ Annoesjka: Wij waren er ook bang voor dat het onmogelijk werd, of op z’n minst behoorlijk lastig. Maar het helpt als je er niet alleen voor staat. Ik kreeg er bovendien meer energie van; je jut elkaar kennelijk toch een beetje. Het was daarna echt afkicken.
    @ Lucy. Gelukkig! Ik ben ook niet zo’n griezelliefhebber, maar ook ik heb van het boek genoten, en niet alleen als vertaler. Namens ons alle drie: dank voor de pluim!

  6. Hoi Lucie,

    Leuk om hier een oud-studiegenote tegen te komen! Ik heb het boek (nog) niet gelezen, maar vind de beschrijving van jullie plan van aanpak erg interessant.
    Vertaal je ook vanuit het Russisch? Mail me maar eens; ik ben benieuwd.

Antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*