Interviews met vertalers: Christophe Claro

claroportret‘Vertalen doe je voor de lol,’ zegt de vertaler van als onvertaalbaar te boek staande werken van auteurs als Pynchon, Danielewski, Gass, Vollmann en Seth tijdens een chatsessie op de website van de Franse krant Libération. Maar ook: ‘Een vertaler die denkt dat zijn vertaling volmaakt is, verdient het niet zich vertaler te mogen noemen.’

In de boekenbijlage van diezelfde krant gaat Claro in op de moeilijkheden die hij moest overwinnen bij de vertaling van The Golden Gate*, Vikram Seths eersteling, een autobiografische roman in versvorm over een stel yuppies in San Francisco, gebaseerd op Poesjkins Jevgeni Onegin. Hij vond het geweldig in ieder geval één keer in zijn leven de kans te krijgen 594 sonnetten, Oneginstanza’s om precies te zijn, te kunnen vertalen. Hij wist dat hij in het Frans tien tot vijftien procent meer tekst nodig zou hebben en besloot de tetrametrische jamben van de brontekst in te ruilen voor 8.316 alexandrijnen, het Franse vers bij uitstek.

Hij had nog nooit poëzie vertaald, met uitzondering van een paar hudibrastische verzen in The Sot-Weed Factor van John Barth, die in Claro’s vertaling (Courtier en tabac, Le Serpent à Plumes, 2002), ook alexandrijnen werden. Voordat hij aan The Golden Gate begon las hij de Franse vertaling van Poesjkins meesterwerk van de hand van André Markowitz, en hernieuwde hij de kennismaking met het werk van Raymond Roussel, vooral diens roman in versvorm La Seine.

Daarna begon hij aan de vertaling van Seths sonnetten. Nooit meer dan twee, drie of hooguit vier per dag, omdat bij meer het gevaar bestond dat de vertaling routineus zou worden. Hij begon met een grove schets, die hij een tijd liet rijpen om er vervolgens een eerste versie van te maken die alle beperkingen respecteerde die de tekst oplegde en daarmee bijna volmaakt was. Maar bijna volmaakt is niet volmaakt genoeg: ‘Je moet kritisch naar je tekst kunnen kijken en zeggen: dat rijm waar ik al twintig minuten op zit te ploeteren, werkt niet, dat moet anders.’ Het poëtische effect van het rijm mocht niet ten koste gaan van het verhaal, de dialogen en de uitstapjes naar de filosofie die Seth in The Golden Gate maakt:

J’ai une santé de fer – mais je ne rouille pas -,
Je suis drôle, enfin je l’espère, et ne suis pas
Irréfléchie. Jeune et beau, avez-vous écrit
(N’entendez, je vous prie, ici point d’ironie ;
Il se trouve que l’immodestie m’ensorcelle)

Claro werkt graag aan boeken die zich moeilijk in een andere taal laten vertalen, die de vraag oproepen: ‘Kan dat in het Frans?’ en die hem in staat stellen zich als schrijver te verbeteren. Als je eenmaal goed in de tekst zit, werken de beperkingen die een tekst oplegt alleen maar bevrijdend, vindt hij. Dat verklaart zijn uitgesproken voorkeur voor ‘onvertaalbare’ teksten als Sarnath Banerjees grafische roman Calcutta en de 360 keer 360 woorden per pagina van Danielewski’s Only Revolutions, dat Karina van Santen en Martine Vosmaer in het Nederlands vertaalden (en waarover ze eerder uitgebreid schreven).

Begin maart 2009 verscheen van zijn hand Le Clavier Cannibale (Éditions Inculte), een bundel artikelen over vertalen. Een deel van die stukken verscheen eerder op zijn blog.

*) De Nederlandse vertaling, De Golden Gate, van Paul van den Hout verscheen in 1996 bij Van Oorschot.

Tags:

Antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


*