Nietaldestemin

Boeken heb ik nooit vertaald. Wel heb ik ooit een serieuze poging gedaan en daar naast een kantoorbaan maandenlang hart en ziel in gelegd, maar de harde praktijk leerde dat ik het niet volhield. Nu had ik ook geen opdracht, dus geen deadline, en ik droomde wel dat mijn vertaling op een dag in de winkels zou liggen, maar heb nooit de moed opgebracht uitgevers te benaderen. Ik heb er wel van geleerd. Om boeken te vertalen, moet je een goed ritme hebben en je niet van je spoor laten brengen. Alleen al daarom bewonder ik alle boekvertalers die zichzelf dag in dag uit aan de gang houden. Wel heb ik jarenlang voor overheid en bedrijfsleven min of meer zakelijk vertaalwerk gedaan, waarvoor ik ook ben opgeleid. Aan dat werk heb ik wel wat herinneringen overgehouden die ook voor boekvertalers herkenbaar zullen zijn. De misvattingen over het vak, het gebrek aan erkenning, de fouten van anderen en niet te vergeten mijn eigen fouten. Ook in andere banen is taal altijd belangrijk voor me geweest, en in het privéleven net zo. Ik ga eens wat grasduinen in het verleden, en wie weet inspireert dat anderen tot het vertellen van taalmomenten die hun zijn bijgebleven.

Even de toon zetten. Jaren terug las ik de volgende advertentie: ‘Gezocht: secretaresse die Nederlandse brieven snel in het Spaans kan overtypen.’ Wordt de lezer van dit stukje al een beetje verontwaardigd?

Dan ga ik maar meteen verder met die collega die de opdrachtgever van een vertaling opbelde met een vraag over een stukje tekst dat op twee manieren kon worden uitgelegd en het volgende compliment kreeg: ‘O, u vertaalt niet alleen, u denkt ook na!’ Onvergetelijk.

Andersom heb ikzelf in zo’n situatie wel eens de reactie gekregen: ‘Wat een stomme vraag, natúúrlijk bedoelen we het eerste.’ Ik was uitermate verontwaardigd. Nu kan ik erom lachen, dat voelt beter. Door met de humor dan maar!

Het verhaal van de Engelsman die in een internationale vergadering aan zijn Amerikaanse buurman vroeg: ‘Can I borrow your rubber*?’ is algemeen bekend. Een collega van me – geen vertaler – maakte het nog bonter toen hij als student stage liep in Engeland. Hij draaide een sjekkie en vroeg aan zijn hospita, die ook rookte: ‘Do you want a shag*?’ Zij bleek taalgevoelig te zijn en hij hoefde niet meteen het land te verlaten.

Als kind was ik eens met het gezin op vakantie in Duitsland. Ik speelde met Duitse kinderen en brabbelde wat mee. Toen een van hen iets ontzettend onhandigs deed, waardoor de hut die we aan het bouwen waren, nagenoeg instortte, zei ik een beetje bozig: ‘Das ist nicht so schlimm*,’ en snapte niet waarom het joch me zo dankbaar aankeek.

Er was eens een minister die dacht dat hij geen tolk nodig had tijdens een bezoek aan de VS. Zo moeilijk is dat Engels toch niet? Dat bleek wel toen hij bij het afscheid de onsterfelijke woorden sprak: ‘Thank you for the hostility*.’

En dan was er het geval van de toezegging die Nederland ooit aan de VN deed om, als dat nodig was, troepen voor een vredesoperatie beschikbaar te stellen. In een bericht van onze overheid aan de VN werden die troepen ‘standing forces’ genoemd, alsof ze permanent paraat stonden. De term had moeten zijn ‘stand-by’. Krijg dat maar weer eens rechtgebreid. O – waarom staat rechtbreien niet in het Groene Boekje? Doe ik iets fout?

Ja, ik maak ook fouten. Ik schaam me dood als ik een dt-fout maak, maar in de haast kan het wel eens gebeuren. Ooit schreef ik in een uitnodiging: ‘De vergadering vind plaats op vrijdag 21 januari a.s.’ Ik maak me inmiddels niet meer druk om de dt-fout. 21 januari 1999 was namelijk een donderdag.

Gelukkig is alles betrekkelijk. Mijn Duitse vriendin is erg creatief in het Nederlands. Jaren geleden las ik in een brief van haar het woord ‘nietaldestemin’. Ik gebruik het eenmaal daags en voel me er prima bij.

Fouten kunnen heerlijk zijn. Ik had eens een chef die niet goed was in luisteren. Een buitenlandse collega merkte op: ‘Het is nodig dat hij eens door iemand wordt overreden.’ Ik complimenteerde hem met zijn goede beheersing van het Nederlands.

De slotsom is eenvoudig. Taal is belangrijk en taal is leuk. Ik hoop ooit toch een boek te vertalen. Want ook dromen is belangrijk en leuk.

* rubber: Brits gummetje, Amerikaans condoom
* a shag: Brits een wip
* schlimm: Duits erg
* hostility: vijandigheid – bedoeld werd: hospitality (gastvrijheid)

Download PDF

Tags:

  1. Heerlijk, al die anekdotes! Onze politici maakten het in het verleden aardig bont. Den Uyl schijnt in Londen eens Engelse ondernemers te hebben toegesproken, waarbij hij hen consequent ‘undertakers’ noemde. En Van Agt moet in Amerika een keer hebben gezegd dat de auto in Nederland beslist geen ‘holy cow’ was…

  2. Ik begon te lezen met een glimlach en eindigde met een schater – wat een heerlijk verhaal. Vraagt om meer! ;o))

  3. @Gerda: dat doet mij weer denken aan een minder scabreus, maar ook wel grappig taalverhaal. Na de bevrijding was er iets moois ontstaan tussen een Gronings meisje en een Canadees. Op een gegeven moment wilden ze een uitstapje maken.
    De jongen vroeg, denkend aan het Paterswoldse Meer, waar ze al eerder samen waren geweest: ‘Shall we go to the lake?’
    Het meisje dacht dat hij voorstelde om naar de plaats Leek te gaan en antwoordde: ‘Nou… ik gao laiver naor Potterwol!’

  4. Een vriendin die bij een paardenfokkerij werkte en wel eens wat anders wilde, vatte haar werkzaamheden als volgt samen in een sollicitatiegesprek: I fok horses now…

  5. Doet me ook denken aan het Brabantse meisje dat aan haar Amerikaanse vriend vertelde: ‘My brother foks horses.’
    Haar vriend: ‘Pardon?!’
    Het meisje, opgetogen: ‘Jao! Paorden!’

  6. @ Wim: en dan toch weer een scabreuze: de ouders van een vriendin van me hadden in 1945 na de bevrijding een paar weken een Canadees in huis. De moeder van die vriendin zei op een gegeven moment ietwat geschrokken tegen haar man: ‘Hij wil wat met me, hoor, die Canadees. Hij zei vanmorgen tegen me: “You’ve got such beautiful teeth!”‘ Uitgesproken als ‘tiets’…

  7. Blozend en wel herinner ik me mijn eerste trip alleen, de koningin te rijk met een hele maand op de bonnefooi in Ierland op mijn zestiende. Terwijl mijn ouders hun tenen thuis strak gekromd hielden in afwachting van mijn veilige terugkeer, haalde ik ergens in een kroeg binnen de ring of Kerry mijn pakje shag tevoorschijn, rolde een piraatje en probeerde aan mijn belangstellende barbuurman uit te leggen wat ik rookte. Te midden van shagging pirates ontspon zich een verkeerde indruk, en probeer die dan maar eens recht te breien (Anke: een spatie, da’s alles). Er zijn fouten die je liever als man maakt dan als vrouw. Ga door, Anke, meer!
    gr,
    Ine

  8. Grappige missers blijven leuk.
    Ik kende ooit een Schots meisje dat al meer dan een jaar in Nederland woonde en een redelijk mondje Nederlands sprak. Thuis tenminste, want buiten op straat vond ze eng – je zou per ongeluk iets geks kunnen zeggen…
    Op een gegeven moment had ze dan toch de stoute schoenen aangetrokken en besloot onderweg naar de bakker dat ze Nederlands zou praten.
    En zo kwam het dat ze op een drukke zaterdagochtend in een stampvolle Amsterdamse bakkerij vroeg om ‘twee bruine, onbesneden graag’.

  9. liefs Anke, wat kan babylonië toch mooi zijn 😉

  10. Of toen Lenferink in de jaren 80 aan Lagerfeld vroeg: “Haben sie ihren Schwanz schon lange?”

Antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*