NMa en boekvertalers: oplossing in de maak?

Maria van der Hoeven (portret)Eerder besteedden we aandacht aan kamervragen die PvdA-kamerlid Mei Li Vos minister Maria van der Hoeven voorlegde. Achtergrond voor haar vragen waren ‘het slechte beroepsperspectief, de slechte inkomenspositie van vertalers en het geringe prestige van het vak’*, alsmede de problemen tussen NMa en VvL over de prijsadviezen die zijn opgenomen in het na onderhandeling tussen VvL en GAU tot stand gekomen Modelcontract.

De minister heeft inmiddels antwoord gegeven (en daarbij de nummering van de vragen enigszins aangepast). Bovendien lijken zich de contouren van een voorlopige oplossing voor het probleem van de prijsadviezen af te tekenen.

Antwoorden van de minister

Bijgaand zend ik u de beantwoording van de kamervragen van het lid Vos aan de Staatssecretaris van Economische Zaken over het verbod van de NMa op prijsafspraken door vertalers.**

Mei Li Vos:
[1] Heeft u kennisgenomen van het artikel over de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) en vertalers van literaire werken?

De minister:
Ja

[2] Is het u bekend, dat de problematiek die wordt beschreven, namelijk dat (freelance) vertalers geen prijsafspraken mogen maken, vorig jaar door de NMa is behandeld, en dat de NMa de vereniging voor Schrijvers en Vertalers heeft verboden prijsadviezen aan aangesloten leden te geven?

De Vereniging voor Schrijvers en Vertalers (VSenV) heeft medio 2006 zelf contact opgenomen met de NMa met de vraag of het vaststellen van minimumtarieven in modelcontracten door de uitgevers aan de ene kant en de schrijvers en vertalers aan de andere kant door de Mededingingswet toegestaan is. Op dat moment liep er geen onderzoek van de NMa en ook later is er geen onderzoek gestart. De NMa heeft partijen wel informeel laten weten dat modelcontracten op zich niet verboden zijn, maar het collectief afspreken van tarieven onder de Mededingingswet niet toegestaan is.

[3] Realiseert u zich, dat door het verbod van de NMa op dergelijke prijsafspraken een grote groep vertalers, maar bijvoorbeeld ook ondertitelaars, op deze manier voor steeds lagere tarieven hun werk moeten uitvoeren?

[4] Bent u zich er van bewust, dat in veel sectoren, waaronder de media, steeds vaker gebruik wordt gemaakt van de diensten van freelancers, en er een andere machtsverhouding ontstaat tussen de vragende partijen, veelal mediaconcerns en uitgeverijen, en de aanbiedende partijen zoals freelance vertalers, schrijvers en journalisten?

[5] Bent u zich er van bewust, dat de machtsverhoudingen in de media niet dezelfde zijn als in andere sectoren, en dat in dezen de vragende partijen, de mediaconcerns en uitgeverijen veel meer macht hebben dan de aanbiedende partijen?

Het is niet goed mogelijk hierover in het algemeen een uitspraak te doen. De machtsverhouding tussen een uitgever en een vertaler wordt bepaald door de aard van de te leveren prestatie, de vraag die daarnaar bestaat en het aantal vertalers dat de desbetreffende prestatie kan leveren. Deze sector is echter niet uniek, er is in veel sectoren sprake van veel kleine aanbieders en slechts enkele grote vragers. Dat betekent niet automatisch dat klein ook meteen machteloos betekent. Een kleine aanbieder kan juist macht hebben als hij of zij een product of dienst aanbiedt die zich onderscheidt van anderen. Bovendien zijn er in plaats van collectief minimum tarieven afspreken ook minder mededingingsbeperkende oplossingen denkbaar. Door partijen wordt op dit moment bezien welke van deze oplossingen het beste aansluit bij de bestaande praktijk (zie ook het antwoord op vragen 8 en 9).

[6] Deelt u de mening, dat het vreemd is, dat collectieven van zelfstandigen geen minimumtarieven mogen stellen om concurrentie op tarieven te voorkomen, maar collectieven van werknemers wel concurrentie op loon mogen voorkomen middels CAO’s?

Neen. Er zijn verschillen tussen de regels voor werknemers en de regels voor zelfstandigen, niet alleen op het gebied van onderhandeling over loon maar op veel meer gebieden. Zelfstandigen zijn ondernemingen. Werknemers maken deel uit van een onderneming. Werknemers concurreren niet met elkaar om de gunst van de consument, ondernemingen wel. Collectieve tariefafspraken tussen zelfstandigen raken hun onderlinge prijsconcurrentie en zijn op grond van de Mededingingswet niet toegestaan. Een groep zelfstandigen mag ervoor kiezen om een onderneming op te richten waarbinnen zij hun diensten tegen gelijke tarieven aanbieden. Zo staan ze sterker tegenover opdrachtgevers, maar in dat geval zijn ze individueel geen zelfstandigen meer.

[7] Bent u er van op de hoogte, dat Duitsland een regeling in de Auteurswet heeft opgenomen die prijsafspraken voor schrijvers toestaat en dat Duitsland dus een andere interpretatie hanteert van de Europese mededingingsregels?

Ja.

[8] Bent u bereid om een wettelijke regeling te treffen of de auteurswet aan te passen, zodat freelancers wel minimumtarieven mogen afspreken?

[9] Bent u bereid om de NMa een algemene aanwijzing te geven om zo snel mogelijk een oplossing voor deze situatie te vinden? Zo neen, waarom niet? Bent u in dat geval bereid om de Mededingingswet aan te passen zodat aan deze onwenselijke situatie een einde wordt gemaakt?

NMa (logo)Allereerst merk ik op dat de NMa een zelfstandig bestuursorgaan is. Dat betekent onder meer dat ik geen aanwijzingen aan de NMa kan geven in een individueel geval als dit. Ik ben het met u eens dat partijen moeten proberen zo snel mogelijk een oplossing te vinden die niet in strijd is met de mededingingsregels. Bij alle partijen is de wil aanwezig om op korte termijn tot een bevredigende oplossing te komen die in lijn is met de Mededingingswet en waarbij de bestaande praktijk zoveel mogelijk gehandhaafd kan worden. Ik heb goede hoop dat partijen er de komende weken samen uit zullen komen. Zodra dit het geval is, zal ik u hierover informeren.

[10] Bent u bereid om ook met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over deze kwestie te spreken, aangezien deze kwestie niet alleen gaat over marktwerking, maar ook over het maatschappelijk belang van cultuur?

Mocht dit overleg niet tot het gewenste resultaat leiden, dan zal ik deze kwestie bespreken met de Ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van Justitie. Overigens vindt tussen deze Ministeries op ambtelijk niveau al overleg plaats.

Voorlopige oplossing…
Trommels in het boekenwoud verspreidden inmiddels het nieuws dat ‘partijen’ – dat wil zeggen, vertalers verenigd in VSenV/VvL, de Groep Algemene Uitgevers, het ministerie van Economische Zaken en de NMa – inderdaad een voorlopige oplossing zijn overeengekomen die ‘in lijn is met de Mededingingswet en waarbij de bestaande praktijk zoveel mogelijk [wordt] gehandhaafd.’ Nadere mededelingen over de overeenkomst volgen op de jaarvergadering van de Vereniging van Schrijvers en Vertalers op 2 juni. Wordt vervolgd, dus.

… en prangende vraag
Dat neemt niet weg dat de redactie van het weblog naar aanleiding van de antwoorden van minister Van der Hoeven met een prangende vraag worstelt. We nodigen lezers nadrukkelijk uit die vraag te helpen beantwoorden. De minister stelt dat ‘een kleine aanbieder juist macht [kan] hebben als hij of zij een product of dienst aanbiedt die zich onderscheidt van anderen’, maar kunnen boekvertalers op de manier die de minister bedoelt wel een machtiger positie verwerven? Op welke manier moeten boekvertalers zich onderscheiden, opdat ze in onderhandeling met hun opdrachtgevers niet ‘klein en machteloos’ zijn? Met welke unique selling proposition zou de boekvertaler zijn of haar onderhandelingspositie kunnen versterken?

—-
*) Uit het advies Innoveren, participeren van de Raad voor Cultuur.

**) Uit: ‘Antwoorden op de vragen van lid Vos (PvdA) over het verbod van de NMa op prijsafspraken door vertalers‘, verzonden aan de Voorzitter van de Tweede Kamer.

Tags:

  1. Een USP zou kunnen zijn: specialiseren in een bepaald taalgebruik. ‘Dhr X., voor staande uitdrukkingen uit 40 talen’, of ‘Mevr. Y, zet ieder denkbaar cockney om in passend Nederlands dialect.’ Vervolgens zullen vertalers gaan fuseren om een totaal-product te kunnen aanbieden: een complete vertaling.

    Maar serieus: misschien is dat laatste een oplossing. Met honderden vertalers één bedrijf vormen. Dan kun je één tarief in rekening brengen. Ik weet alleen niet of dat financieel en juridisch aantrekkelijk is.

  2. Ik zou van de minister graag één concreet voorbeeld willen horen van een vertaler die zich zodanig weet of heeft weten te onderscheiden van anderen dat er een machtspositie is ontstaan.

  3. In de Staatscourant van 30 mei:
    “Rekenkamer en NMa botsen over openheid
    Het beleid van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) kan op een aantal punten transparanter dan het al is. Dat stelt de Algemene Rekenkamer in haar rapport Toezicht op Mededinging door de NMa, dat vandaag is aangeboden aan de Tweede Kamer.

    Een van de belangrijkste aanbevelingen uit het overwegend positieve relaas, is dat er meer openheid moet komen over het kader waarbinnen waarschuwingen worden gegeven of afspraken worden gemaakt met een individueel bedrijf. Met het oog op rechtszekerheid en rechtsgelijkheid maant de Rekenkamer richtlijnen ‘verder te ontwikkelen en deze richtlijnen openbaar te maken’.

    De NMa echter verschilt van mening over de mate waarin de richtlijnen voor deze alternatieve handhaving openbaar moeten worden. In een in hetzelfde rapport opgenomen reactie zegt de autoriteit te hechten aan ‘terughoudendheid’ bij het openbaar maken van de richtlijnen, juist om de effectiviteit van haar optreden niet te ‘ondermijnen’. ‘Alternatieve handhaving is geen recht voor een onderneming, maar een mogelijkheid van handhaving die de NMa naar eigen inzicht kan inzetten.’

    De kartelwaakhond wijst er daarnaast op dat de voorwaarden die zij op dit moment stelt, openbaar zijn gemaakt in speeches, interviews en jaarverslagen. Daarmee zou de rechtsgelijkheid voldoende gewaarborgd zijn, aldus de NMa. Maar met die uitleg neemt de Rekenkamer geen genoegen. In de huidige praktijk is ‘onvoldoende gegarandeerd’ dat bedrijven op gelijke wijze worden behandeld, benadrukt het controleorgaan.

    Het rapport bevat ook kritiek op de manier waarop zaken worden opgepakt door de NMa. Klachten, tips en aanmeldingen door overtreders in het kader van een clementieregeling, zijn nu de belangrijkste aanleidingen voor een onderzoek. ‘De NMa maakt tot nu toe nog maar beperkt gebruik van opsporing door eigen marktanalyses. We bevelen aan om hierin de komende jaren meer te investeren,’ aldus de Rekenkamer, die weliswaar erkent dat de instantie hiermee al op het goede pad is.

    Ook als het gaat om inzicht in de effecten van het toezicht, geeft de Rekenkamer enerzijds een pluim. ‘We concluderen dat de NMa hier veel aandacht voor heeft en zelfs internationaal vooroploopt.’ Maar er zijn ook nog ‘ontwikkelpunten’, zoals de gebrekkige precisie waarmee de maatschappelijke baten van het markttoezicht worden aangetoond. Bovendien zou de NMa in de toekomst moeten onderzoeken hoe terecht bepaalde beslissingen waren, zoals het al dan niet toestaan van een fusie.”

    Toch interessant. Eveneens interessant is de kwestie van die onderneming (met franchisepotentieel?) waarbij vertalers zich aansluiten en die de belangen van werknemers behartigt. Je zou kunnen denken aan een constructie waarbij je zakelijke, commerciële en juridische teksten buiten beschouwing en dus voor het zelfstandig ondernemerschap laat, en je een dienstverband aangaat voor de boekvertalingen. Fiscaal wordt het dan misschien wat ingewikkelder en de minimumwoordprijs zal nog moeten worden opgeschroefd, maar er kleven ook voordelen aan (ziektekostenverzekering, arbeidsongeschiktheid, pensioenopbouw). Ik ben heel benieuwd naar de mogelijke constructies. Misschien een idee voor een afstudeer- of stageopdracht?

  4. Interessant stuk Ine, goed dat je het hebt gesignaleerd.

Antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


*