Erkenning

Al te vaak worden nog steeds in de pers en op internet vertaalde boeken besproken zonder dat de vertaler wordt genoemd. Een collega die in een bibliotheek één bepaalde vertaling van een vaker vertaald boek wilde lenen, kreeg van de bibliotheekassistent te horen dat het niets uitmaakte wie een boek had vertaald – ‘er staat toch in het Nederlands wat er in het oorspronkelijke boek staat? Heus, dat kan de lezers niets schelen.’

Intieme correspondentie
Gelukkig komen er op mijn vele mails aan kranten-, tijdschrift- en webredacties meestal goede reacties – ik ben zeer actiebereid en onderhoud tegenwoordig een schier intieme correspondentie met veel chefs Literatuur / Cultuur. Bij de ‘betere’ kranten en tijdschriften is het meestal al redactioneel standaardbeleid dat bij een recensie de vertaler wordt vermeld, al floept er weleens eentje doorheen. Bij interviews met de schrijver gaat het vaker mis. Uitgever en prijs worden vermeld, ISBN-nummer vaak ook, de vertaler dikwijls niet.

Een goede vertaling leest als een oorspronkelijke tekst, een slechte kan een boek volledig verpesten, en tussen die twee uitersten bestaan vele gradaties. In de literatuur, en ook in veel non-fictie, luistert het vaak bijzonder nauw. Er zijn zelfs boeken die vrijwel onmogelijk te vertalen zijn, zoals Finnegans Wake, Trainspotting, en het werk van Georges Pérec en Thomas Pynchon*, boeken waarin ieder woord een probleem is en iedere combinatie van twee woorden diverse betekenissen heeft die geen van alle helemaal in een andere taal te vangen zijn. Daarvan is het lezerspubliek nog bij lange na niet voldoende doordrongen.

Pasfoto Pynchon
Zeldzame oude pasfoto van de mediaschuwe Thomas Pynchon

Damesdilettantisme
Bovendien bestaan er veel misverstanden over vertalers. Zo zou zich onder hen een onevenredig hoog percentage gehuwde dames bevinden die niet van hun werk hoeven te leven. Nu is het gezamenlijk bijdragen aan het gezinsinkomen natuurlijk een lovenswaardig streven, maar dat geldt niet alleen voor vrouwelijke vertalers. Ook talloze mannen en vrouwen in andere beroepen zorgen samen met hun wederhelft voor de kinderen en het inkomen, en er zijn ook genoeg vertalende vrouwen en mannen die in hun eentje een gezin onderhouden. Weliswaar moet daar in veel gevallen het Fonds voor de Letteren aan te pas komen, maar het Fonds is zeer selectief: brontekst en vertaler moeten hun kwaliteit aantonen en de vertalers mogen maar een bepaald (laag) inkomen hebben; dat laatste is niet zo’n probleem, want het inkomen van een literair vertaler is nooit hoog (zie ook het onvolprezen, geruchtmakende artikel van Maarten Huygen in NRC).

Het is een misvatting dat vertalen een aardig tijdverdrijf voor belezen gehuwde dames is, voor de uurtjes die ze niet aan gezin en huishouden hoeven te besteden. Het beroep is weliswaar vrij (zie ook het artikel Op reis van Mart Ahuluheluw) – voor het vertalen van een boek is geen bepaald diploma vereist – maar de kwaliteit van de geleverde vertalingen is voor uitgevers vrijwel altijd doorslaggevend. Belezenheid, vertrouwdheid met de brontaal en de cultuur waaruit de brontekst afkomstig is, gevoel voor en bekendheid met de traditie waarin het betreffende boek staat, een grondige kennis van en schrijfvaardigheid in de moedertaal, vertrouwdheid met subculturen en tijdgebonden taalgebruik – het zijn allemaal factoren die de kwaliteit van een vertaling bepalen. Vertalen is erg arbeidsintensief en een vertaler is nooit uitgestudeerd.

d’Bruynvis
Gebouw d’Bruynvis in Amsterdam, locatie VertalersVakschool

Opleiding
Helaas is in 1997 de studie Vertaalwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam de nek omgedraaid, maar tot mijn blijdschap bestaat er sinds kort in Amsterdam een VertalersVakschool die in een grote behoefte voorziet. Anders dan de studie Vertaalwetenschap is deze school sterk praktijkgericht; aan de poort wordt streng geselecteerd en degenen die worden toegelaten, krijgen in betrekkelijk korte tijd het gereedschap aangereikt waarmee ze zich tot bekwame literair vertalers kunnen ontwikkelen.

Binnenkort hopen we hier meer over te berichten.

*James Joyce, Finnegans wake, vertaald door Robbert-Jan Henkes en Erik Bindervoet; Irvine Welsh, Trainspotting en Porno, vertaald door Ton Heuvelmans; Georges Pérec, W of de jeugdherinnering (W ou le souvenir d’enfance), vertaald door Edu Borger; Georges Pérec, Wat voor brommertje met verchroomd stuur achter op de binnenplaats (Quel petit vélo à guidon chromé au fond de la cour), vertaald door studenten Frans, Leiden, olv. Leo van Maris; Georges Pérec, De dingen, een verhaal uit de jaren zestig (Les choses : une histoire des années soixante), vertaald door Edu Borger; Thomas Pynchon, De regenboog van de zwaartekracht (Gravity’s Rainbow), vertaald door Peter Bergsma, en De veiling van nr. 49 (The Crying of Lot 49), vertaald door Ronald Jonkers

Tags: ,

  1. Goed stuk, Gerda! Dit is precies wat ik zoek op een blog voor en van boekvertalers. Meer over vertaalprocessen en -technieken ipv veredelde boekrecensies.
    Bovendien is het fantastisch om te horen hoe mensen zich inzetten voor erkenning van de vertaler. Ga zo door!

    Cora
    (studente aan de VertalersVakschool; vertaler Frans)

  2. Beste Cora,

    In dit nog jonge weblog staan toch al aardig wat stukjes die vertaaltechnieken en vertaalproblemen behandelen. Kijk maar eens in de rubriek Vertaalpraktijk.

    Els

  3. Datzelfde geldt waarschijnlijk ook voor mensen die verantwoordelijk zijn voor de vertaling en ondertiteling van buitenlandse televisiebeelden. Geen hond die geïnteresseerd is wie dat de hele dag heeft zitten vertalen en in typen zodat we zelf geen taal meer hoeven te leren.

    Eigenlijk ben ik altijd wel benieuwd naar de making-of van een boekvertaling. Waar begint het nu bij, hoe werkt een vertaler, etc?

  4. Helemaal mee eens, Ramon! Bij recensies van boeken wordt, weliswaar láng niet altijd, de vertaler vermeld. En in ieder geval worden zij in het boek zelf vermeld.
    Bij ondertitels staat in het beste geval het bedrijf dat de ondertiteling verzorgd heeft genoemd. Slechts een doodenkele keer, als iedereen al lang is opgestaan van z’n bioscoopstoel of al weer verder heeft gezapt naar een andere zender, ziet je nog een seconde of wat de ondertitelzwoeger in beeld.

  5. Eigenlijk best on-Nederlands dat we vragen om erkenning, bedenk ik ineens spontaan. Ik bedoel, we zijn toch het volk van ‘doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg’, huh. Dus ik vind het fantastisch dat intieme correspondentie nu ook andere doeleinden heeft! Hulde! :o)
    En ondertiteling is inderdaad ook een ondergeschoven kindje. Kennelijk zijn we zo verwend dat we kennelijk massaal denken dat vertalingen, in welke verschijningsvorm dan ook, er gewoon horen te zijn zonder dat je je hoeft af te vragen waar ze toch vandaan komen. Hoezo consumptiemaatschappij?!

Antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


*