Kamervragen over positie boekvertalers

De Raad voor Cultuur vroeg minister Plasterk van OC&W nog niet zolang geleden in het advies Innoveren, participeren aandacht te besteden aan de zorgwekkende positie van boekvertalers. Op 7 maart gingen we al dieper in op dat advies.

Welnu, ‘het slechte beroepsperspectief, de slechte inkomenspositie van vertalers en het geringe prestige van het vak’ zijn onderwerp van schriftelijke kamervragen die PvdA-lid Mei Li Vos vandaag aan minister van Economische Zaken Maria van der Hoeven voorlegde.

Tien vragen

  1. Heeft u kennis genomen van het artikel van Maarten Huygen over de NMa en vertalers van literaire werken in NRC Handelsblad van 31 maart 2007?
  2. Is het u bekend dat de problematiek die wordt beschreven, namelijk dat (freelance) vertalers geen prijsafspraken mogen maken, vorig jaar door de NMa is behandeld, en de NMa de vereniging voor Schrijvers en Vertalers heeft verboden prijsadviezen aan aangeslotenen en leden te geven?
  3. Realiseert u zich dat door het verbod van de NMa op dergelijke prijsafspraken een grote groep vertalers, maar bijvoorbeeld ook ondertitelaars, op deze manier voor steeds lagere tarieven hun werk moeten uitvoeren?
  4. Bent u zich er van bewust dat in veel sectoren, waaronder de media, steeds vaker gebruik wordt gemaakt van de diensten van freelancers, en er een andere machtsverhouding ontstaat tussen de vragende partijen, veelal mediaconcerns en uitgeverijen, en de aanbiedende partijen (freelance vertalers, schrijvers en journalisten)?
  5. Bent u zich er van bewust dat de machtsverhoudingen in de media niet dezelfde zijn als in andere sectoren, en dat in deze de vragende partijen, de mediaconcerns en uitgeverijen veel meer macht hebben dan de aanbiedende partijen? Of, in de woorden van Maarten Huygen: “Het bestaansminimum van de literaire vertalers wordt behandeld als de kartels van de grote bouwfirma’s”?
  6. Deelt u de mening dat het vreemd is dat collectieven van zelfstandigen geen minimumtarieven mogen stellen om concurrentie op tarieven te voorkomen, maar collectieven van werknemers wel concurrentie op loon mogen voorkomen middels cao’s?
    Bent u er van op de hoogte dat Duitsland een regeling in de Auteurswet heeft opgenomen die prijsafspraken voor schrijvers toestaat en dat Duitsland dus een andere interpretatie hanteert van de Europese mededingingsregels?
  7. Bent u bereid om een wettelijke regeling te treffen of de auteurswet aan te passen, zodat freelancers wel minimumtarieven mogen afspreken?
  8. Bent u bereid om de NMa een algemene aanwijzing te geven om zo snel mogelijk een oplossing voor deze situatie te vinden? Zo nee, waarom niet?
  9. Bent u in dat geval bereid om de Mededingingswet aan te passen zodat aan deze onwenselijke situatie een einde wordt gemaakt?
  10. Aangezien deze kwestie niet alleen gaat over marktwerking, maar ook over het maatschappelijk belang van cultuur, bent u bereid om ook met de minister van Onderwijs over deze kwestie te spreken?

Wij houden de vinger aan de pols.

—–
Maarten Huygens ‘Hoe de kartelpolitie van arme vertalers centen afsnoept en grote bedrijven laat gaan’ stond in het NRC Handelsblad van zaterdag 31 maart.

Download PDF

Tags: ,

Antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*